Susilo Bambang Yudhoyono is sinds oktober 2004 president van Indonesië. SBY, zoals Indonesiërs hun president steevast noemen, is een gevoelig man. Op de drie cd's die Susilo Bambang Yudhoyono heeft uitgebracht, staan naast nationalistische liederen ook zoetsappige liefdesliedjes. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen enthousiast is over hem.
Zie de zingende president:
Hij ligt voortdurend onder vuur omdat hij te gematigd en niet doortastend genoeg zou zijn. Uit een recente peiling blijkt dat zijn populariteit met twintig procent is gedaald, sinds zijn herverkiezing in 2009. ,,Vijf jaar geleden was hij de perfecte leider voor Indonesië. Zeer voorzichtig en niet extreem, maar voor de komende jaren hebben we iemand nodig die harder optreedt", stelt analist Evan Laksmana van het Centre for Strategic and International Studies, CSIS.
Door GPD-correspondent Esther de Jong
De nu 61-jarige Yudhoyono, een generaal uit het leger van dictator Soeharto, zorgde in zijn eerste ambtstermijn (2004-2009) voor rust in zijn land. Hij slaagde erin de economie fors te laten groeien, waardoor de archipel nu wordt gezien als een belangrijke economische speler in Zuid-Oost-Azië. En hij pakte de islamitische extremisten keihard aan: met de arrestaties van vele vermeende terroristen liet hij zien niet te buigen voor terreur. In 2009 plukte 'de Denkende Generaal', zoals hij werd genoemd, de vruchten van zijn beleid; hij werd met 74 miljoen stemmen (op een bevolking van 240 miljoen) herkozen.
Maar de problemen in Indonesië zijn nog altijd talrijk. Armoede, religieuze intolerantie en een door en door corrupt justitieel apparaat, om er maar een paar te noemen. Ondanks een economische groei van ongeveer 6 procent per jaar, heeft Indonesië bijna 8 miljoen werklozen. De helft van de bevolking moet rondkomen van iets meer dan 1,50 euro per dag.
Door contant geld uit te delen aan de 20 miljoen allerarmsten zegt Yudhoyono de armoede te willen bestrijden. Dat uitdelen begon een half jaar voor de laatste verkiezingen, waardoor de populariteit van SBY verdubbelde. Een populistische maatregel 'die natuurlijk niet houdbaar is', oordeelt Laksmana.
Grootschalige geweldsuitbarstingen zijn al een aantal jaren niet meer voorgekomen, maar religieuze minderheidsgroeperingen worden nog altijd bedreigd.
Moskeeën van de islamitische 'sekte' Ahmadiyya worden in brand gestoken en de bouw van sommige kerken wordt tegengehouden. Daarnaast bekritiseren mensenrechtenorganisaties de wijze waarop vrijheidsstrijders op de Molukken en Papoea worden aangepakt. Tijdens een bezoek aan de Molukken in 2007 werd de vlag van de Republik Maluku Selatan (RMS) gehesen voor de ogen van de president. De vlaggenhijsers werden opgepakt en kregen ze allemaal zware gevangenisstraffen, variërend van 7 tot 20 jaar.
Het uitroeien van corruptie is een van SBY's topprioriteiten. Er werd een speciale hof opgericht om corruptiezaken te behandelen, topfunctionarissen werden opgepakt en berecht, maar het is de president nog altijd niet gelukt politie en justitie voorgoed te ontdoen van corruptie. In de regio Zuid-Oost-Azië wordt Indonesië daarom nog steeds beschouwd als het meest corrupte land. Een erfenis overigens van een van zijn voorgangers, Soeharto, die zich tijdens zijn 32-jarige autoritaire bewind ontpopte als een zeer corrupt leider.
Anderen wijzen op de enorme stap voorwaarts die Indonesië twaalf jaar na het gedwongen aftreden van dictator Soeharto heeft gezet. Dankzij SBY. ,,Hij zit gevangen in het compromis", zegt politiek analist Wimar Witoelar, ooit woordvoerder van wijlen president Abdurrahman 'Gus Dur' Wahid. ,,Hij maakt het zichzelf moeilijk door altijd te schipperen. Maar laten we wel wezen, het is nu stukken beter dan tijdens Soeharto. Voor Indonesische standaarden gaat het goed. En ook de internationale relaties zijn een stuk beter dan ze waren." © GPD; Foto: GPD © AP




Reacties