Prins Willem-Alexander heeft donderdagochtend Nederlandse tijd zijn tweedaagse verblijf in de Australische deelstaat Tasmanië afgesloten met een bezoek aan de voormalige Britse strafkolonie Port Arthur (foto).
Prinses Máxima maakte, zoals eerder al bekend was gemaakt, deze dag van het bezoek niet mee omdat alle verplaatsingen per helikopter plaatsvonden. De zwangere prinses zou dan te veel last hebben van turbulentie, hoewel het schitterend weer was. Ze heeft verder ook geen gezondheidsproblemen, zo verzekerde de RVD namens de prinses. Maar een rustdag was wel prettig.
De dag begon voor de prins met een ingelast programmaonderdeel: het planten van twee bomen: een claret ash en een golden ash. Hiermee zette hij een traditie voort die zijn moeder koningin Beatrix in 1988 begon. Ook hierbij was Máxima niet aanwezig. Vandaar dat de prins twee bomen mocht planten. De plaquette zal voor altijd geschiedsvervalsing plegen, want daarop staan beider namen.
Daarna vloog de prins met de helikopter van de Tasmaanse brandweer naar Tahune, voor de Airwalk, een wandeling boven de boomtoppen via loopbruggen op 37 meter hoogte.
Maar goed dat Máxima daar niet bij was: de bruggen wiebelden behoorlijk onder het wandelen van de prins, zijn gevolg en de persmeute.
Op mijn vraag of hij een parachute bij zich had, voor het geval het mis mocht gaan, antwoordde Willem-Alexander met een brede glimlach bevestigend. De prins was trouwens in een opperbest humeur, en sloeg het gebruik van een golfkarretje af om een extra stukje te kunnen lopen.
De prins kreeg meer moois te zien. Hij zag Tasmanië vanuit de lucht, met de World Heritage Wilderness en Peppermint Bay. Wij deden een stukje daarvan met een bus - en het moet gezegd, het landschap is spectaculair en bijzonder mooi.
We moesten overigens stevig doorrijden om op tijd in het zo'n honderd kilometer ten zuiden van Hobart gelegen Port Arthur te komen. De prins was namelijk te vroeg.
De prins maakte een vrij uitgebreide tour over het terrein van de vormalige strafkolonie, waar de Britten tussen 1857 en 1877 tienduizenden gevangenen onder barbaarse omstandigheden (naar huidige maatstaven, de Britten vonden Port Arthur destijds een voorbeeld van verlicht en modern gevangeniswezen) soms hun hele leven vasthielden.
Bij het afscheid in Port Arthur grapte de prins met de directeur van de tot museum omgewerkte strafkolonie, dat hij daar graag de meegereisde journalisten en fotografen zag achterblijven achter slot en de grendel. ©GPD
