Het huwelijk van koningin Beatrix en prins Claus bevond zich begin jaren tachtig in een diepe crisis, valt te lezen in het boek 'Wie ben ik dat ik dit doen mag' van historica Dorine Hermans. Postume verwijten van een monddood gemaakte prins-gemaal.
Door Marjolijn de Cocq (GPD)
De mondhoeken even afhangend als zijn schouders betreedt Claus van Amsberg op 30 april 1980 de Nieuwe Kerk in Amsterdam aan de hermelijnen zijde van zijn echtgenote, de kersverse koningin Beatrix. ,,Ik besef hoe gelukkig ik ben'', verklaart zij even later in haar inhuldigingsrede, ,,dat naast mij mijn man staat, die mij steunt, aanvult en corrigeert.'' Bij dat laatste woord valt even zijn masker; de wenkbrauwen gaan omhoog en er zweemt een lachje. Gemeend, in een gezamenlijk pretje over een uitgevochten en afgezoend conflict? Of juist cynisch, de krampachtige hoon van een hoogst intelligent en getalenteerd man die zijn leven aan alle kanten ingeperkt ziet en zich steeds meer vervreemd voelt van zijn echtgenote-de-Majesteit?
,,Beatrix láát zich moeilijk corrigeren, dat is volgens mij nu juist het punt'', zegt historica Dorine Hermans. Als we haar lijn volgen was prins Claus al bij de troonsbestijging van Beatrix diep en diep ongelukkig. Hij zou de geschiedenis ingaan als de prins die gebukt ging onder het knellende juk van de monarchie. Zijn persoonlijke ontwikkeling gefnuikt, werd hij in 1982 voor de eerste keer behandeld voor depressie. Blijkens Hermans' boek 'Wie ben ik dat ik dit doen mag', was Claus vlak voor de ceremonie in de Nieuwe Kerk al te depressief om de Britse prins Charles op Schiphol te verwelkomen. Hij kon zich niet verenigen met de traditionele opvattingen van Beatrix over haar koningschap en er was sprake van een diepe huwelijkscrisis.
Beatrix zou tegen eerdere afspraken met Claus in de verhuizing van haar gezin van slot Drakensteyn in Lage Vuursche naar de residentie Den Haag hebben doorgedrukt. Haar gezinsleven werd opgeofferd aan wat ze zag als haar roeping in het leven. Ook was er een groot verschil van inzicht over de opvoeding van de kinderen, met name die van prins Willem-Alexander die in de ogen van Claus aan het ontsporen was en van Beatrix te veel vrijheid kreeg. Maar Claus mocht zich er niet mee bemoeien, zo zou hem te verstaan zijn gegeven, Alexander was het domein van zijn vrouw.
Het is een postume tirade van een prins die zich ontkend en monddood gemaakt voelde. Claus' zelfbenoemd woordvoerder in dezen is Huub van 't Hek, oud-medewerker van Scouting Nederland, bij wie Claus - beschermheer van de padvinders – zijn hart tijdens twee lange, vertrouwelijke gesprekken in 1981 zou hebben gelucht. Dat het hof in 1982 openheid gaf over Claus' depressies, noemt Van 't Hek een al te gemakkelijke kapstok voor het verdriet van de prins over zijn huwelijk. ,,Als je zijn emoties toeschrijft aan het feit dat hij ziek was, verzwijg je de echte Claus die was stukgelopen op het gebrek aan erkenning. Claus voelde zich ontkend, als echtgenoot, vader en prins-gemaal.''
Veel frustraties van de prins zijn al te uit en te na geboekstaafd. Hij had alle anti-Duitse sentimenten bij zijn verloving in 1965 over zich heen gekregen ('Claus d'raus'). Inhoudelijke functies waarin hij zijn ziel en zaligheid legde waren hem afgenomen omdat ze te gevoelig lagen. Zijn persoonlijke wensen en verlangens had hij op een lager dan laagst pitje moeten zetten. Zijn agenda, zo omschreef journalist Willem Oltmans in 1984, werd gaandeweg 'steeds meer bezet met lintenknipperij'.
Toen bekend werd hoe slecht het de prins ging, volgden speculaties over een op handen zijnde echtscheiding. Maar de gelederen van de Oranjes werden snel gesloten, en zo er een crisis was, kwamen Claus en Beatrix die na zijn zware begintijd als prins-gemaal te boven. Met haar boek worden deze oude wonden opengereten, erkent Hermans. Maar het relaas van Van 't Hek is in haar visie relevant omdat het gaat over de opvoeding van de troonopvolger en aangeeft hoeveel druk het koningschap legt.
De Rijksvoorlichtingsdienst zou in 1981 hebben geprobeerd een weergave van de gesprekken door Van 't Hek in het blad Scouting tegen te houden. Door persoonlijk ingrijpen van Claus werden de zes pagina's, voornamelijk over zijn opvattingen over de padvinderij, alsnog gepubliceerd. Van 't Hek vergelijkt daarin Claus met 'Jozef, de verzwegen held van het kerstverhaal'. Ooit hadden Claus en Beatrix afgesproken dat ze het koningschap zo veel mogelijk samen zouden doen. Maar hun ideeën waren ver uiteen komen te liggen, zozeer dat Claus zelfs geloofde dat de traditionele koers die Beatrix koos het einde van de monarchie dichterbij bracht. Van 't Hek: ,,Hij verweet haar dat de afspraken die ze ooit hadden gemaakt als echtgenoten en ouders in zijn nadeel waren vervaagd tot hij het gevoel had dat er niet zoveel meer van hem over was. © GPD






Reacties