Het is écht een paleis. Tot die conclusie kwam de verslaggever dezer dagen in feite voor het eerst. Met dank aan de tentoonstelling in het Koninklijk Paleis in Amsterdam die vrijdag opent voor het publiek. En met hulp aan de bijzonder exclusief uitgepakte en unieke voorbeschouwing die woensdag was georganiseerd voor de pers, waarbij ruimte was om bijna moederziel alleen de expositie én de ‘belle etage’ van het zo fraai gerestaureerde paleis te bekijken en bewonderen.
Natuurlijk de discussie over ‘stadhuis’ of ‘paleis’ zal altijd blijven bestaan. Op 20 april 1808 nam de eerste koning van Holland het gevorderde stadhuis, het zogenoemde achtste wereldwonder en symbool van het republikeinse Amsterdam, in gebruik als Koninklijk Paleis. In de maanden daarvoor was in een moordend tempo gewerkt om het ‘stadskantoor’ om te toveren tot een tijdelijke koninklijke residentie. Het was de bedoeling van koning Lodewijk Napoleon om elders in de kersverse hoofdstad een nieuw paleis te bouwen.
Maar zoals vaker – burgemeester Eberhard van der Laan herinnerde eraan in een toespraak bij de officiële opening van de tentoonstelling door prins Willem-Alexander en prinses Máxima donderdag – bleek niets zo permanent als een ‘tijdelijke oplossing’. Het stadhuis werd zelfs twee jaar later even Keizerlijk Paleis, alvorens het ook onder de Oranjes zijn nieuwe functie behield, tegenwoordig zelfs nog eens vastgelegd in de wet.
Lodewijk Napoleon keek niet op een gulden meer of minder (31 miljoen euro naar huidige normen voor alle verfraaingen aan zijn paleizen) voor de inrichting van wat in feite een voor het nieuwe doel ongeschikt gebouw was. Tochtig, koud, lawaaiig, doordrongen van de stank van de aanpalende Nieuwezijds Voorburgwal, met te weinig ruimten (er werden schotten geplaatst om kamers te maken) – en nog zo een waslijst. Maar dat deerde Lodewijk allemaal niet. Handwerklieden in Den Haag en Amsterdan werden aan het werk gezet om naar Frans ontwerp meubels te vervaardigen, en nog veel meer.
Het resultaat van dat vakmerk is nog steeds te bewonderen en te zien in het paleis – de hoogtepunten zijn speciaal voor de tentoonstelling uitgelicht. Buiten Frankrijk bevindt zich nergens nog zo’n grote verzameling zogenoemd ‘Empire’ meubilair als in het paleis – meubilair dat nog altijd op de oorspronkelijke locatie is, speciaal gemaakt zelfs voor die locatie. Het mooie was, zo leerden de genodigden bij de opening, dat de Empire stijl wonderwel aansloot bij de eveneens door de Oudheid geïnspireerde bouw van het stadhuis – een wonderlijke symbiose van zeventiende en negentiende eeuwse stijl, teruggrijpend op de antieke tijd.
Bij de expositie staan de klokken – statussymbolen in Napoleons tijd – te pronken, evenals de talrijke rijkelijk versierde stoelen. Maar de pareltjes van de tentoonstelling zijn de paleisvertrekken – nog altijd in gebruik, zoals voor het recente staatsbezoek van de Turkse president (de Italiaanse president die deze week had moeten komen, zou niet in het paleis hebben overnacht, zou Amsterdam zelfs niet hebben bezocht). De rondgang komt bij het beroemde balkon – een toevoeging van Lodewijk Napoleon, en de voormalige staatsievertrekken daarnaast.
Natuurlijk, wie eerdere zomertentoonstellingen heeft bezocht, heeft de ruimten eerder gezien. Wat déze expositie zo bijzonder maakt is de verbinding met de eerste koning, die er in feite voor verantwoordelijk is dat het Koninklijk Paleis nu is wat het is. Die gewaarding is een bezoekje aan Amsterdam zeker waard. © HJ; Foto’s: © DPP Patrick van Katwijk, © RPE Albert Nieboer





Reacties