De Partij voor de Dieren moet maar eens een zusterorganisatie oprichten in India. Heilig of niet, het beestenspul heeft hier nog heel wat te lijden. Een arbowet voor koeien zou niet gek zijn. Airco is een eerste vereiste.
Nu staan de dieren elke dag bloot aan gevaar, geluid, vuil en het ongeorganiseerde verkeer.
Op hun beurt zorgen de al dan niet loslopende koeien, buffalo's en ossen ook voor de nodige verkeershinder.
De buffalo's - hier in Agra - geven de voorkeur aan groepsdeelname; koeien lopen meestal los en gaan hun eigen gang.
Het Nederlandse straatbeeld is op honden en katten na zo goed als geschoond van dieren.
De paard-en-wagen en ossenkar staan al lang in het Openluchtmuseum in Arnhem. Schillenboer en melkman, als ze nog bestaan, komen met een autootje voorrijden.
In India daarentegen is het straatbeeld zonder beesten ondenkbaar.
Een dierentuin aan apen, olifanten, dromedarissen, jakhalzen, en nog veel meer is de afgelopen twee weken aan het oog voorbij getrokken.
Apen bewonen tempels, slingeren zich langs huizen en winkels, en waren zelfs verantwoordelijk voor de dood van de loco-burgemeester van Delhi.
Die viel van zijn balkon in een fatale poging de brutale beesten buiten de deur te houden.
In Delhi, waar de apen steeds minder leefruimte hebben, zijn alleen al in oktober 450 apen 'opgepakt'.
De exemplaren op de foto's hebben een luxer leven, rond tempels in Agra en Jaipur, en in Nepal.
Honden hebben in India werkelijk een hondenleven - de verwaarlozing is stuitend.
Overigens hebben niet alle trouwe viervoeters het slecht.
Langs de Ganges in Varanasi, waar de hondenfoto's zijn gemaakt, had één hond zelfs een baasje. Het eerste exemplaar na een rondreis van twee weken.
Naast koeien, honden en apen, is er een overvloed aan bokken en geiten.
Een wonder in een week waarin buurland Nepal alleen al 20.000 geiten uit Tibet liet binnenwandelen om de hindiefeestdagen op gepaste en smakelijke wijze te vieren.
En het moet gezegd, sommige geiten hebben zich een vorstelijk voorkomen aangemeten.
In de donkere hoeken en krochten van tempels huizen vleermuizen.
In de zon koesteren parkieten zich. Net als in het Amsterdamse Vondelpark bijvoorbeeld.
De olifant is lastdier. In het noorden van India lopen er niet zoveel meer rond. Mumbai wil de dikhuiden zelfs uit de stad weren. Toeristen kunnen het fort van Jaipur bezoeken op de rug van een olifant.
Beelden daarvan zijn er niet: vanwege de feestdagen hadden ook de olifanten vrij.
Einzelgängers zijn er ook: hier en daar duikt een 'wild zwijn' op, waar niemand zich om lijkt te bekommeren.
'Knabbel en babbel', de palmeekhoorns, voelen zich overal thuis. Het zijn scharrelaars, geen bedelaars. Met de pluimstaart hoog in de lucht hupsen ze van boom naar boom.
Meer exotische dieren zijn er ook. Rond tempels, achter een omheining, of in de wild- en vogelparken.
Antilopes, kudus, hagedissen, kraanvogels en ooievaars,
veel herten (hier op de plek waar Boeddha zijn eerste toespraak hield, even buiten Varanasi)
Vogels zijn er ook in overvloed.
Ze laten zich echter liever horen dan zien.
Met uitzondering van de roofvogels, die in alle Indiase steden hoog boven het stadsrumoer zweven en op gezette tijden neerduiken op een niets vermoedende prooi. Duiven bijvoorbeeld, die daarom het liefst in groepsverband opereren.
De Indiërs hebben dus eigenlijk geen dierentuin, zoals in het westen bekend, nodig.
De beesten leven nog zij aan zij met de mens; al zijn diegenen die in de buurt van tijgers en olifanten wonen - een groep losgeslagen olifanten heeft in het oosten van India al 17 mensen gedood - daar minder blij mee.
Maar naast de symbolische waarde van de bedreigde tijger, is er natuurlijk maar één dier waarmee India in het buitenland synoniem wordt geacht.
Vandaar dat deze fotoserie moet worden afgesloten met de koe, eigenzinnig en dapper, en alom tegenwoordig. Ze snuffelen overal rond, lopen dwars door het verkeer, door markten en straten, een vruchtbaar spoor achter zich latend - brandstof en bouwmateriaal voor de armsten.
Ze worden meestal met rust gelaten, al willen marktkooplui ze wel wegsissen of met zachte hand een andere kant op dirigeren wanneer ze 'proletarisch winkelen'.







Reacties