Bij het krieken van de dag, nog voor zonsopgang, de Ganges bevaren. Het is aan toeristen voorbehouden. De Indiërs hebben in de oude heilige hindoestad Varanasi wel wat anders aan hun hoofd. Ze wassen en baden zich, poetsen hun tanden met het rivierwater, reinigen ziel en kleren, bidden en mediteren op de tientallen ghats langs de heilige rivier.
Ook om half zes 's ochtends is het al een enorme drukte. Even verderop branden de vuren waarmee de overledenen worden gecremeerd. Liever geen foto's gebaart het jochie dat het bootje op en neer langs de rivieroever roeit. Ook in de dood zijn de hindoes niet gelijk. De hogere kasten hebben een fraaiere en hoger gelegen crematieplek dan de lagere kasten.
Zoals eerder in India schieten woorden tekort om wat de ogen zien en de oren horen fatsoenlijk te beschrijven. Zoveel kleur, zoveel herrie, zoveel mensen in alle vormen en maten, met daar tussendoor koeien en geiten, eenden, verwaarloosde en zieke honden, brutale apen, buffalo's en aasvogels. Opmerkelijke genoeg geen katten. De teller na twee weken India en Nepal staat op één (een zwarte kat).
Het publiekelijk wassen en plassen was eerder al te zien in de rivier van Agra, achter de Taj Mahal. De Indiërs - oud en jong, man en vrouw, maar vaker mannen - gaan grondig te werk. Uiteraard is bloot taboe, dus wordt behendig gelaveerd met lendendoek en onderbroek. Dat laatste kledingstuk heeft, na een wasbeurt in de rivier, meerdere functies zo viel te zien. Washand bijvoorbeeld.
Op de voorbijvarende nieuwsgierigen wordt niet gelet. De bootjes weten elkaar handig te ontwijken, al zijn er roeiers die pech hebben met een hele lading welgevulde westerse toeristen. Die moeten er echt aan trekken.
Opvallend is eigenlijk de stilte, relatief dan want uit de tempels klinken de mantra's op. Direct achter de tempels echter worden de decibelnormen volop overschreden. Geen motor en auto zonder toeter, geen riksja zonder bel.
Varanasi geeft het gevoel dat dit écht India is. Delhi, Jaipur en Agra zijn dat natuurlijk niet minder, maar in deze miljoenenstad voelt het rauwe en harde leven op een of andere manier authentieker aan.
Voor de buitenstaander vergt het wel uithoudingsvermogen. De herrie en chaos maken snel 'gek'. Na aankomst uit Nepal zaterdagmiddag was dat bij de eerste wandeling door het 'cantonment', een paar kilometer van de rivieroever meteen duidelijk.
Zondagmorgen bij de rit naar de Ganges, toen de stad langzaam ontwaakte - het is zondag en festivaltijd, dus niet iedereen hoeft te werken - was het wel wat rustiger op straat. In de middenberm (een verhoging van beton) lagen mensen te slapen; de chauffeur moest bij het viaduct onder de spoorlijn op zijn favoriete 'short cut' terugkomen omdat ook daar mensen slapen.
Van dít India zien de koninklijke bezoekers, die zondag na de doop van prinses Ariane uit Nederland zijn vertrokken om in India alvast aan tijdsverschil en temperatuur te wennen, de komende dagen weinig. Daar is zo'n staatsbezoek ook niet voor. Bovendien hebben de Oranjes al heel wat voetsporen in dit land liggen - koningin Beatrix was er al in 1962.
Ongetwijfeld hoort en ziet ze veel veranderingen, al is India eigenlijk pas sinds de liberalisering van de economie begin jaren negentig echt op gang gekomen.
En met een bevolking van één miljard zijn de getallen meteen overweldigend. Ook als maar tien procent van de bevolking in welstand zou leven, zijn dat meteen wel honderd miljoen mensen. Maar veel meer moeten er rondkomen van minder dan een euro per dag. Ook dat is India.
© GPD; Foto's: © GPD Marius Cirtiu, HJ
Grotere afbeeldingen kunnen pas maandag worden geplaatst.





Reacties