Iedere ochtend en avond wanneer het niet regent, denkt Henk Nieuwenweg (80) eventjes terug aan 30 april. Dan kijkt hij vanaf een bankje peinzend voor zich uit in de richting van De Naald, het Apeldoornse monument waar Karst T. op Koninginnedag na zijn dodemansrit tot stilstand kwam. En vraagt hij zich af 'hoe die kneus zich in vredesnaam door de afzettingen heeft kunnen beuken'. En of hij er nog wel was geweest als hij niet precies op dat moment in een bed aan het bijkomen was van een hartoperatie. Door Annemieke Kooper Al 'ruim twintig jaar' zijn de bankjes aan de Loolaan vaste stek voor Henk. Hij komt er om te kletsen met voormalige collega's of om even uit te blazen na een fietstocht. Vroeger haalde hij makkelijk zeventig, tachtig kilometer op één dag. Maar het lijf is oud, 'wil niet meer zo' en Henk moet daarom genoegen nemen met kortere ritjes én een dagelijkse pauze. ,,Steeds hetzelfde liedje'', meent Henk, die er zelf wel eens genoeg van heeft. Maar wel logisch, stelt hij. ,,We zijn het nog niet vergeten.'' Monument De Naald lijkt desondanks alweer enkele weken vooral het markeerpunt van een van de drukste kruispunten van Apeldoorn. De grijze obelisk torent uit boven het verkeer, daar waar de Jachtlaan, Loolaan, Amersfoortseweg en Zwolseweg elkaar kruisen. Snel rijdende bestuurders kijken stug vooruit bij het passeren van de plek des onheils, alsof ze zich niet langer bewust zijn van wat zich daar twee maanden geleden heeft afgespeeld. Om met eigen ogen te zien waar het zich op die bewuste dag allemaal heeft afgespeeld, is Anna van der Schaaf (75) speciaal uit het Friese IJlst gekomen. Ze is geen ramptoerist, verzekert ze, maar gewoon iemand die wil laten zien dat ze ook twee maanden na dato nog meeleeft met de nabestaanden van de slachtoffers. Ze heeft de gebeurtenissen immers op televisie gezien en moest 'heus een traantje wegpinken'. ,,Verschrikkelijk'', mompelt Anna. ,,Dat laat je niet zomaar los hoor.'' Opperst geconcentreerd schuifelt ze nu langs de rij kaarsen, langs rozen en losse verdorde takjes, langs vetplantjes die er blakend uitzien omdat ze langer dan het andere groen zonder water kunnen. De gemeente Apeldoorn houdt de bloemen nauwlettend in de gaten, haalt tweewekelijks te uitgedroogde exemplaren weg, omdat een herdenkingsplaats er nu eenmaal verzorgd behoort uit te zien. Toch raakt de muur nimmer leeg omdat omwonenden, ooggetuigen en andere belangstellenden de bloemenstrook blijven aanvullen. Anna niet. Ze vindt de fleurige eerbetonen mooi, heel mooi, maar zelf ook bloemen neerleggen vindt ze niet nodig. Thuis heeft ze een eigen 'altaartje': een map vol knipsels uit de dagbladen. Omdat 'het zo belangrijk is dat deze historische gebeurtenis bewaard blijft'. Bewoonster José Faessen (57) heeft in de krant van 1 mei alleen gelezen hoe de Mexicaanse griep zich in rap tempo uitbreidde naar Peru en Zwitserland. In haar versie van De Volkskrant stond niets over de gebeurtenissen op Koninginnedag. Man Frans (58) had de eerste twee pagina's er die ochtend vakkundig uitgescheurd. 'Te luguber' vond hij de foto's waarop te zien was hoe een van de slachtoffers door de auto van Karst T. werd geschept en hoe hulpverleners zich vervolgens over de gewonden bogen. ,,Daar heb je niets aan en bovendien waren en zijn onze herinneringen nog echt genoeg'', mijmert Frans weken later aan zijn keukentafel. Hij praat over de groepen mensen langs de weg die geïnteresseerd naar de voorbijtrekkende koninklijke familie keken en gekscherend 'Het is stil aan de overkant' zongen. Hij vertelt over de twee doffe dreunen die vervolgens klonken, rondvliegende mensen en de échte stilte die daarop volgde. Dat hij even, heel eventjes maar, dacht dat het een grap was of dat het Rode Kruis een oefening hield. En dat hij daarna enkele weken niet meer op zijn motor de straat op durfde. ,,We praten er samen nog over. Niet meer iedere dag, maar het leeft nog wel.'' In de kroegen aan de Hoofdstraat praten gasten in spijkerbroeken over vriendschap, over hun werk bij de Gamma en over het eerste van voetbalvereniging csv Apeldoorn en of dat team volgend jaar nog wat gaat presteren op het veld. In café Bizzy's wordt weer gewoon bier gedronken. Eindelijk, lacht barman Tim Gijsberts (21) want er viel lange tijd niets te vieren. Cafégasten bleven weg. Niet alleen was het kredietcrisis, het was gewoon niet gepast om met de makkers de kroeg in te duiken terwijl er zo velen van hen verdriet hadden, vertelt hij. De plaatselijke VVV kan de gebeurtenissen minder makkelijk van zich afschudden. Souvenirs met afbeeldingen van de Naald, vliegen als warme broodjes over de toonbank. Toeristen die er de weg komen vragen, prikken regelmatig nog even met hun vinger in de kaart: 'Goh, is het daar nou?', wijzen ze. Dan knikt plaatsvervangend hoofd Ria Olbertz (49) maar vriendelijk. ,,Ja, daar is het nou.'' Alleen bij parfumerie Douglas 'hebben ze het er écht liever niet over'. Daar moeten ze het al bijna acht weken zonder trouwe collega José doen. Ze was een van de dodelijke slachtoffers en daar worden de parfumvriendinnen nog iedere dag aan herinnerd, vertelt er een. ,,Het went niet. Het is nog steeds heel, heel moeilijk.'' Het verdriet zit er nog, niet zichtbaar, maar onder de oppervlakte, verscholen achter voordeuren en winkelruiten. Eigenlijk kan alleen Rob Visser (57), dominee van de Grote Kerk, er echt de vinger op leggen. Na 30 april promoveerde hij in één klap tot plaatselijke steun en toeverlaat annex verlosser. Nog steeds krijgt hij 'honderden' brieven en mailtjes van mensen die 'het er moeilijk mee hebben'. Bij sommigen komt eerder verdriet weer boven, constateert hij. Mannen schrijven hem wanhopig dat zij het óók hadden kunnen zijn die de ellende hadden kunnen veroorzaken. Toeschouwers van buiten Apeldoorn voelen zich op hun beurt eenzaam. Eén man vertelde Visser dat hij regelmatig op 'bedevaart' naar de Loolaan ging. Daar liep hij vervolgens alleen maar heen en weer, naar het einde van de straat en weer terug. ,,Hij kon nergens heen met zijn verdriet omdat zijn omgeving alweer 'verder' was.'' Maggi-blokjes verdriet noemt Visser die droefenis, omdat het uiteindelijk steeds een beetje minder wordt, oplost. Maar hij luistert naar ze, want dat is het enige wat hij kan doen, meent hij. Luisteren naar de verhalen die ook hem zwaar belasten. Ook hij maakt het 'niet prima' geeft Visser toe, maar voor het verwerken van zijn eigen verdriet is nog geen tijd. ,,Ik heb de Heer, anderen moeten zoveel alleen doen. Daarom zijn eerst zij aan de beurt, daarna kom ik vanzelf.'' Op het tv-meubel van de familie Van Engeland staat een digitale fotolijst. Foto's flitsen voorbij: fanfare, mensen in klederdracht, een bus met daarin de koninklijke familie, de laatste foto genomen voordat de feestelijke dag een drama werd. Vrolijke foto's die daar zijn neergezet omdat het gezin niet alleen maar aan die zwarte auto wil denken die recht op hen af stevende. De auto die, als 'ie geen knik had gemaakt, hen waarschijnlijk vol had geraakt, vertelt moeder Anita (45), terwijl ze met tranen in de ogen naar de beelden kijkt. ,,We willen nu juist de léuke herinneringen koesteren.'' Makkelijk is dat niet. Nog geen paar uur na de ramp kocht dochter Daphne (11) op de kleedjesmarkt, een rommelmarkt, twee knuffelberen, 'troostberen', die haar nog steeds de nachten door moeten loodsen. Vera (14) schrijft nu gedichten om zo de boel te kunnen verwerken. Slapen gaat weer, maar soms komen de tranen weer. En er heerst woedde. 'Shit', had Vera op 1 mei tegen haar moeder gezegd, toen ze hoorde dat de dader was overleden. -'Shit, hij is dood. Nu weten we nooit waaróm hij het heeft gedaan'. Het is dé vraag die Apeldoorn nog bezighoudt. Waarom? En de teleurstelling dat ze dat waarschijnlijk nooit precies te weten zullen komen. Bij het naar bed brengen van haar kroost vroeg Anita haar jongste dochter onlangs of ze er er nog veel aan dacht, aan Koninginnedag en aan die zwarte auto. Daphne antwoordde zachtjes, de beide beren in haar armen geklemd, ingerold in haar slaapzak: ,,Het is een herinnering die ik nooit had willen hebben.'' Op zo'n droge dag ziet Henk - groene ribbroek, nette schoenen en grijze piekhaartjes onder zijn pet uitstekend - precies wie er nog even langs De Naald lopen of stil blijven staan bij het tegenover gelegen monument, waar bloemen liggen ter nagedachtenis aan de slachtoffers van Koninginnedag. Met hen praat hij dan even over die dertigste april en over hoe erg het toch is wat er toen is gebeurd.
Wie smachtend wacht totdat zijn stoplicht groen kleurt, heeft meer tijd om om zich heen te kijken en werpt stiekem een snelle blik uit het raam. Die denkt nog even terug aan die zeven doden die er op 30 april vielen, ook al is vanuit de auto bijna niet te zien wat daar nog aan herinnert: een scheve, betonnen paal voor het monument en een pot met roze hortensia's, neergezet door iemand die in dichtvorm vriendelijk verzoekt of men de bloemen 'alstublieft wil laten staan'.




Reacties