De viering van Koninginnedag heeft haar onschuld verloren. De aanslag in Apeldoorn en de incidenten met de Dam-schreeuwer en het waxinelicht tegen de Gouden Koets hebben het karakter veranderd. De gemoedelijke, aaibare toer van de koninklijke familie door stad en dorp is veranderd in een met veel veiligheidsmaatregelen omgeven vertoning. Tussen de twee en drie miljoen euro kost het feestje in Weert en Thorn. Ook voor de grootste Oranjefans tijd voor herbezinning op een oude volkstraditie.
Door Wim Doesborgh
Toen koningin Juliana bij haar eerste verjaardag als vorstin (30 april 1949) de bevolking uitnodigde op paleis Soestdijk, bleek dat een schot in de roos: 31 Jaar lang trok voortaan telkens op Koninginnedag een kilometerslange stoet langs het bordes. Juliana, Bernhard en de alsmaar groeiende stroom schoonzonen en kleinkinderen lieten zich zo uitgebreid fêteren. Het volk genoot. Het werkte, na het tijdperk van de strenge, afstandelijke Wilhelmina, als een deur die werd opengeslagen.
Gymnastiekverenigingen, vrouwenbonden, oranjecomités, scholieren _ iedereen die dat wilde, kon aansluiten in de rij om langs 'het' bordes te lopen en te zwaaien naar de koninklijke familie. Of om de trap op te lopen om de jarige vorstin bloemen of een cadeau aan te bieden. In no time waren de trappen van het bordes één grote bloemenzee. De rest van het volk zat thuis voor de buis en keek massaal naar de televisiebeelden.
Dat Beatrix bij haar troonsbestijging in 1980 het contact met het volk wilde moderniseren en het bordes verruilde voor een jaarlijks bezoek aan plaatsen in het land, lag voor de hand. Nieuwe tijden, nieuwe gewoontes en het sterk gegroeide belang van de media vroeg om een dynamischer invulling van Koninginnedag. Zo ontstonden de wandelingen van Beatrix en haar familie door steden en dorpen. Oude volksspelen, dansgroepen, kunstjes van kinderen en complete mini-shows van grote gezelschappen kregen de ruimte.
Met de incidenten die zich de laatste jaren hebben voorgedaan (de aanslag in Apeldoorn, de Damschreeuwer, de theelichtwerper op Prinsjesdag) is de Beatrixvariant van 30 april opeens onder zware druk komen staan. Gemoedelijk de straat op, langs de mensen lopen en handen schudden, de prinsen en prinsessen laten meedoen met zaklopen of rap shows _ het lijkt zonder stevige veiligheidsmaatregelen niet meer mogelijk.
Wie het fotoboek Tot ziens Majesteit _ Beatrix in Groningen en Warffum van zeven jaar geleden er op naslaat, leest nog onschuldige teksten bij foto's waarop agenten staan. 'Genoeg blauw op straat' staat er geruststellend bij een handjevol agenten dat de veiligheid van de koningin moet garanderen. En bij de enkele agent die meeloopt met prinses Laurentien lezen we 'De bewaking houdt een oogje in het zeil'. Het zijn gemoedelijke, sussende teksten. In de trant van: 'ach ja, oom agent is er ook nog, maar hij lacht om elke oranje toeter die je hem in zijn oor stopt'.
Politie op Koninginnedag leuke folklore, niet strikt noodzakelijk, maar wel handig, want je zult maar een gek hebben die zijn hond laat poepen op de route van het koninklijk gezelschap. Sinds Apeldoorn is Koninginnedag compleet anders. De feestdag heeft zijn onschuld verloren. Vraag het maar in Weert en Thorn. De gemeenten Weert en Maasgouw (Thorn) zijn al maanden in voorbereiding om 30 april in goede, lees: veilige banen te leiden. De politie Limburg-Noord heeft alle verloven ingetrokken om met de beschikbare mankracht voor veiligheid te zorgen. Straten en huizen zijn weken van tevoren gescreend op onveilige plekjes, verdachte bewoners met een strafblad worden in de gaten gehouden. Elke auto die tijdens Beatrix' 'rondje rond de kerk' langs de route zelfs maar in de garage staat, moet dagen van tevoren al zijn weggeborgen.
Burgers langs de route wordt door hun gemeente op het hart gedrukt zich vooral aan de strenge regels en voorschriften te houden. Is de Koninginnedagviering dan aan vernieuwing toe? Het vraagt in elk geval om een herbezinning. Een zoektocht naar de manier waarop Nederland Koninginnedag wil vieren. Hoge kosten, beveiligingskosten en een menskracht slurpende voorbereiding wakkeren de roep om een Koninginnedag-nieuwe-stijl aan.
Al zal het nooit meer kunnen zoals in de negentiende eeuw, toen festiviteiten plaatsvonden ter ere van de eerste koningen Willem I, Willem II en Willem III. Vooral de verjaardag van Willem II (regeringsperiode 1840-1849) werd groots, maar uiterst formeel gevierd. De koning, die geliefd was bij zijn volk, kreeg veel mensen op de been, ook al viel zijn verjaardag in de koude decembermaand. Kerkdiensten, vlaggen, koorzang, feestavonden in de steden, ze werden keurig, maar ook stijfjes afgewerkt. Militaire parades waren populair en waren daarom elk jaar vaste prik op de feestelijkheden. Bijzonder was het gebruik om de armen te gedenken door hen speciaal op de verjaardag van de koning eten en cadeaus te geven. Feesten, parades, schutterijen, vlaggen en avondlijk vertier _ decennialang veranderde er weinig op het verjaardagsfeest van de koning.
Toen prinses Wilhelmina (geboren 1880) op 31 augustus 1885 vijf jaar oud werd, werd in Nederland voor het eerst de 'prinsessendag' gevierd, feitelijk de voorloper van de latere Koninginnedag. De liberalen in Nederland namen het initiatief voor deze viering als een feest van nationale eenheid. Dat werkte. Nadat koning Willem III in 1890 stierf, werd de eerste feitelijke Koninginnedag gevierd, voor de jonge koningin Wilhelmina.
In 1902 was het al een echt volksfeest, al zal het herstel van een ernstige ziekte van Wilhelmina toen wel hebben bijgedragen aan een booming van de oranjefeesten. Wilhelmina, haar echtgenoot prins Hendrik en dochtertje Juliana waren de volgende jaren overigens ook nooit zelf aanwezig op Koninginnedag die zich inmiddels in het hele land had genesteld. De feestelijkheden bleven in feite even vormelijk als onder de negentiende-eeuwse koningen. Totdat Juliana, zoals gezegd, in 1949 haar paleistuin opengooide om de bevolking op een defilé te ontvangen.
Die jaarlijkse defilés leverden stof op voor één van de beroemdste conferences uit de Nederlandse kleinkunst. Michel van der Plas schreef begin jaren zeventig De Stalmeester voor Wim Sonneveld en wist de sfeer van de Juliaanse Koninginnedag feilloos vast te leggen:
„Het gewone volk wil de franje van Oranje. Het bewijs krijg je elk jaar maar weer op de dertigste april. Dan komen ze met zijn allen opzetten. (...) Die bloemen op de trejen, dat levert geen bezwaren op. 't Is meer wat ze de Konegin zo allemaal komen aanbieden. En d'r wordt wat aangedragen. Zo'n reuzenkoek uit de een of andere achterhoek van dit land. Dat is dan aanpakken en even tussen je tanden sissen: 'Kniksje maken, achteruit de trap af en wegwezen', en dan zelf even de geschenken ongemerkt achter de rododendrons sodemieteren. (...) En wat de andere cadeautjes betreft: alles wordt bewaard; alle zelfgeborduurde wandkleedjes en molens van lucifersstokjes en wat er verder aan goedbedoelde rotzooi wordt aangeboden. Dat staat allemaal keurig op rekken bij elkaar, met kaartjes erbij van wie het is en vooral ook wat het voorstelt, en da's wel nodig, want er wordt wat afgeknutseld in dit land."
Weespermoppen, bloemkolen, wandkleden, schilderijen, gerookte paling, zondagsgedichten _ verzin iets en het is ooit het bordes op gedragen in Soestdijk. Misschien heeft die uitwas aan kneuterigheid bijgedragen aan een rigoureuze ommezwaai door Beatrix. Een bezoek in stad en land leverde ook krentenbroden en bloemsierkunstjes op, maar die bleven vaak ter plekke achter; de gemeenten moesten na afloop hun eigen spullen opruimen.
Blijft de vraag of de Koninginnedagviering na zoveel jaar Beatrix weer aan een nieuwe opzet toe. De veiligheid en mede daardoor de hoge kosten spelen in een tijd van financiële crisis zeker een rol. Wie weet dat het bezoek aan Weert en Thorn tussen de twee en drie miljoen euro kost (inclusief personeelskosten van ambtenaren en politie), gaat al snel rekenen hoe het anders kan.
Het is waar dat het koninklijk bezoek mooie public relations oplevert voor de plaatsen die Beatrix aandoet, maar de gemeenteraden van Maasgouw en Weert zullen zich nog eens achter de oren krabben, als ze straks nieuwe bezuinigingen moeten gaan uitleggen aan hun inwoners. Kan 30 april anders worden gevierd? De vraag is actueel, omdat Beatrix naar verwachting in de nadagen van haar regeringstermijn zit. Met de inhuldiging van Willem-Alexander zal ook het moment aanbreken dat een nationale viering van de monarchie wordt ververst. © GPD; Foto's: © RB Weert 2011




Reacties