De koninklijke accolades voor Soldaat van Oranje - De Musical blijven zich opstapelen. Na de koninklijke première en het familiebezoek van de Apeldoornse Oranjes ter gelegenheid van de verjaardag van prins Pieter-Christiaan, is het nu de beurt aan prins Willem-Alexander en prinses Máxima op hun opwachting te maken op de voormalige marinevliegbasis Valkenburg.
Bekend terrein uiteraard voor de vliegende prins, die met zijn gezin op landgoed De Horsten om de hoek woont. De komst van Willem-Alexander en Máxima op 30 augustus - daags voor de verjaardag van wijlen koningin Wilhelmina - heeft te maken met het feit dat deze avond de voorstelling wordt opgevoerd voor militairen die gewond zijn geraakt tijdens hun inzet.
In de musical komen thema’s aan bod die essentieel zijn voor het optreden in crisissituaties: kameraadschap, onvoorwaardelijk onderling vertrouwen, leiderschap en steun van het thuisfront. Dat die verbondenheid en steun niet na de crisis eindigen wordt door Defensie met deze avond benadrukt, aldus het persbericht van de RVD.
Naast gewonde militairen wordt de voorstelling bijgewoond door onder andere de Commandant der Strijdkrachten, Generaal Tom Middendorp, de commandanten van Marine, Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee en Kapitein Marco Kroon, drager van de Militaire Willemsorde en tevens initiatiefnemer van deze avond.
De musical is gebaseerd op het verhaal van Nederlandse verzetsstrijder Erik Hazelhoff Roelfzema. Als Leidse student ontsnapt hij naar Engeland, na verzetsacties in Nederland aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Van daaruit biedt hij verzet door onder meer radioapparatuur naar Nederland te smokkelen voor betrouwbaar radiocontact.
Aan het einde van de oorlog begeleidt hij koningin Wilhelmina, in de functie van adjudant, bij haar terugkeer naar Nederland. Hazelhoff Roelfzema heeft altijd innig contact gehouden met leden van de koninklijke familie - in 2005 was hij nog getuige bij het huwelijk van prins Pieter-Christiaan. Willem-Alexander sprak op zijn uitvaart. ©GPD; Bron: RVD; Foto: © RPE





Reacties