Twee historici. Eén document. Twee meningen of conclusies. Zo valt in het kort het welles-niets samen te vatten tussen Cees Fasseur en Harry Veenendaal, een door Jort Kelder gesteunde nieuwe ster aan het geschiedenisfirmament in zake prins Bernhard. Fasseur heeft maandag het eerste schot voor de boeg gegeven, op de voorpagina van De Volkskrant nog wel. Zonder het diezelfde middag verschenen boek van Veenendaal te hebben gelezen, maar wel met kennis van de onderliggende documenten en archiefstukken. Fasseur liet weinig heel van het nieuwe boek, dat tot zulke andere gevolgtrekkingen komt dan het zijne een jaar geleden. Het ANP schrijft: Journalist Jort Kelder en historicus Harry Veenendaal hebben niet de ambitie het koningshuis ten val te brengen met hun boek ZKH, Hoog spel aan het hof van Zijne Koninklijke Hoogheid. Evenmin is het hen te doen om financieel gewin (,,het kost ons juist geld''). Maar het verhaal was volgens hen te mooi om te laten liggen. ,,Bijna een jongensboek'', zei Kelder maandag bij de presentatie van het boek in Den Haag. Veenendaal deelde zijn kennis met Fasseur, die de weerslag van het marechaussee-onderzoek zelfs boven water wist te halen. ,,Een goed woordje van de koningin", vermoedt Niod-onderzoeker en Bernhard-hater Gerard Aalders. Fasseur oordeelde hard: amateuristisch werk van een verongelijkte marechaussee, betrokkenheid van een aan lager wal geraakte professor/ex-verzetsman en werk van een ‘intrigant’ aan het hof (p. 202-209). Uit niets bleek dat Bernhard ook maar in de verste verte betrokken was bij de poging op 23 januari 1950 om de Indonesische president Soekarno en diens kabinet in Bandung om te brengen, en ook over wapenleverancies - eerst aan Soekarno, en toen die geen geld had, aan diens tegenstanders, was in de archieven niets substantieels te vinden. Dixit Fasseur. ‘Het is maar een mening’ zou Bernhards kleinzoon Willem-Alexander kunnen zeggen. De intrigant was destijds waarnemend algemeen secretaris aan het hof, en in 1950 nog altijd vertrouweling van Bernhard, al zou dat niet lang meer duren. Deze Gerrie van Maasdijk, een journalist, ving bij een ontbijt op Soestdijk iets op over de coupplannen - uit te voeren door de Nederlandse kapitein Raymond Westerling. Linke soep vond Van Maasdijk. Stel je voor: de echtgenoot van het Nederlandse staatshoofd is betrokken - via een zetbaas, professor Jan Willem Duyf - bij het ombrengen van het bevriende staatshoofd van het net een maand eerder onafhankelijk geworden Indonesië. Een land nota bene dat na de soevereiniteitsoverdracht in een unie met Nederland was verbonden, al wist iedereen dat Soekarno andere ideeën had over die Unie. Van Maasdijk waarschuwde de algemeen-secretaris van Algemene Zaken, Cees Fock, die op zijn beurt toenmalig premier Willem Drees inseinde. De coup mislukte. Soekarno was duidelijk gewaarschuwd. Zijn elitetroepen stonden klaar om de Nederlandse huurlingen tegen te houden. En ook met de wapenleveranties kwam het niet goed. Maar waar Fasseur schreef dat Van Maasdijk spoken zag, stelt Veenendaal op zijn minst de vraag hoe dit alles valt te rijmen. ,,De rol van de prins is niet duidelijk, maar het is wel duidelijk dat hij betrokken is geweest", zegt hij. ,,Maar wat is er gebeurd?" Het onderzoek van de marechaussee is afgebroken. ,,Is de prins gehoord? Is hij op zijn vingers getikt? Ik wil dat graag weten." Fasseur heeft het alleen over een verzoek van Drees aan Bernhard om zijn vrienden voortaan beter te kiezen, maar daarmee komt de prins bij Veenendaal niet weg. Als Soekarno uit de weg was geruimd, zou Bernhard een soort ‘viceroy’ kunnen worden, zoals Mountbatten dat was geweest in Brits-Indië, zo suggereerde later de baas van het Nationaal Archief tegenover Veenendaal. In die tijd wilden meer Nederlanders Soekarno weg hebben. Hij had tenslotte ‘ons’ Indië van ‘ons’ afgepakt met zijn onafhankelijkheidsverklaring van 1945. Dus zo gek was de wens van Bernhards vrienden ook weer niet. Maar of Bernhard écht een rol heeft gespeeld - Duyff kreeg allerlei aanbevelingenbrieven van de prins, ook om de moslimwereld te bewerken - blijft dus onduidelijk. Daarvoor moeten meer archieven open. Het mooie van het werk van Veenendaal c.s. is dat alle documenten die zij hebben gevonden in het boek staan afgedrukt en/of via het internet zijn te raadplegen (www.stichtingalibaba.nl) Eigen onderzoek, verificatie en eigen interpretatie en vervolgonderzoek zijn daardoor mogelijk, sterker nog, worden erdoor aangemoedigd. Het verwijt vorig jaar aan Fasseur luidde dat zijn conclusies niet te controleren waren. Veenendaal geeft aan, dat het verwijt ten dele terecht was: met dezelfde bronnen zijn ook andere conclusies mogelijk. © GPD. Met citaten ANP Harry Veenendaal heeft niets van een ijdele professor. Tot een jaar geleden was hij niet eens van plan een boek samen te stellen. Maar toen Fasseur kwam met zijn geschrift over het huwelijksleven van Juliana en Bernhard, moest Veenendaal - met hulp van Jort Kelder - wel in de pen klimmen. De bedaagde historicus beschikte toen al enkele jaren over interessant archiefmateriaal aangaande prins Bernhard. ‘Dynamiet’ in de woorden van oud-premier Dries van Agt, aan wie Veenendaal het in zijn onschuld in 2001 voorlegde. Het materiaal verwees naar meer documenten, een onderzoek van de Marechaussee in 1950 bijvoorbeeld naar banden van de prins met coupplegers en wapenhandelaren.





Reacties