‘Dank, dank namens Nederland’. Het ‘instituut’ Pieter van Vollenhoven kreeg maandag bij zijn afzwaaien als voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid veel lof toegezwaaid. ,,We zijn ongelooflijk dankbaar”, aldus minister Opstelten van Veiligheid en Justitie.
Hij ontkende dat er nu ,,een zucht van verlichting door Den Haag” ging vanwege dat vertrek van de wel als ‘terriër’ omschreven Van Vollenhoven. ,,Integendeel”, zei de bewindsman.
Pieter van Vollenhoven ontging de ironie van alle lofprijzingen in uitgerekend een kerk niet. ,,U moet uw toespraak maar bewaren, u bent jonger dan ik, die komt misschien nog een keer van pas”, zei hij olijk tegen oud-Kamerlid Marja Wagenaar, die hem de hemel inprees voor zijn pionierswerk en jarenlange strijd om een waarlijk onafhankelijke onderzoeksraad te krijgen.
Zijzelf had de oprichting daarvan een zetje te geven met een Kamermotie. ,,Mijn leven is geplaveid met moties”, zei Van Vollenhoven (71). Hij had graag zijn volle ambtstermijn van acht jaar vol willen maken. ,,Ik stap niet op omdat ik te oud ben, maar uit sportiviteit”, maakte hij nog eens duidelijk.
Hij wilde voorkomen dat straks de in 2005 benoemde Raad in zijn geheel aan vervanging toe is en stelde zelf zijn portefeuille ter beschikking. Met pijn in het hart, zoals hij in een vrolijke, maar ook ernstige rede ruiterlijk toegaf. ,,Het is afscheid nemen van je ideaal. Ik ben zeer gehecht aan dit werk. Maar je moet in je leven ook je zegeningen tellen. De Raad is er nu.”
Zowel Wagenaar als Van Vollenhoven zelf herinnerden in hun toespraken aan de lange ontstaansgeschiedenis van de Onderzoeksraad, die zes jaar na zijn installatie niet meer is weg te denken uit de samenleving. ,,Ga toch wat nuttigs doen”, was het advies dat Pieter van Vollenhoven jarenlang van alle kanten – niet in de laatste plaats van ministers – kreeg.
Niemand bedoelde daar dan onafhankelijk onderzoek mee. ,,De strijd is de moeite waard geweest”, constateerde Van Vollenhoven over zijn ‘zeuren en drammen’. Maar hij gebruikte ‘deze laatste kans’ ook om het gezelschap in de Haagse Nieuwe Kerk - inclusief zijn volledige gezin - nog een aantal dringende aanbevelingen te geven.
Over de benoemingswijze van de voorzitter van de Raad: daar moet Raad zelf meer zeggenschap over hebben, een mening overigens die wordt gedeeld door zijn opvolger Tjibbe Joustra. De overheid zou bij ‘grote, ernstige zaken’ terughoudend moeten zijn met het instellen van ad hoc onderzoekscommissies, zoals die voor de Q-koorts.
Dit om slachtoffers een gelijke behandeling te geven: onder de wettelijke bescherming van de Onderzoeksraad. En tevens suggereerde hij de Raad niet langer onder te brengen bij een ministerie – dat vervolgens misschien partij is bij een onderzoek, zoals bij de Schipholbrand – maar bijvoorbeeld bij het parlement.
Opstelten, die meteen Tjibbe Joustra installeerde, maakte zich geen illusie dat de ‘geduchte en gerespecteerde onderzoeker’ Van Vollenhoven nu op zijn lauweren gaat rusten. ,,We zullen nog wel van u horen”, wist hij. ,,Het lijkt me niet makkelijk hem op te volgen”, voegde hij er voor Joustra aan toe. © GPD; Foto's: © Royal Press Europe, Albert Nieboer





Reacties