Kijk ook op de Facebook pagina van Royalblog. Overige nieuwsberichten > Royalblog.NL
Kijk ook op de Facebook pagina van Royalblog. Overige nieuwsberichten > Royalblog.NL
Geplaatst op 29 juli 2011 om 00:13 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
Precies om twaalf uur zaterdagmiddag neemt Albanië een minuut stilte in acht ter nagedachtenis aan de eerder deze week op 72-jarige leeftijd overleden 'koning' Leka I Zog. Premier Sali Berisha heeft een dag van nationale rouw afgekondigd en in de hal van het parlement in de hoofdstad Tirana wordt een herdenkingsdienst gehouden. Radio en televisie spelen zaterdag treurmuziek voor de man die twintig jaar geleden nog het land werd uitgezet en enkele jaren zelfs tot gevangenisstraf werd veroordeeld.
President Bamir Topi zei na het overlijden van de enige zoon van de laatste koning van de Albaniërs dat hij 'ondanks een zwaar leven' nimmer verzaakte in de strijd voor een vrij Albanië. Volgens Berisha was Leka I zelfs een van de grootste persoonlijkheden uit de geschiedenis van het land. Daarom ook dat hij meteen na het overlijden afgelopen woensdag een staatsbegrafenis verordonneerde, nog voor hij gesproken had met Leka's 'opvolger', prins Leka. Die moet over enkele dagen ook worden ingehuldigd als nieuwe koning van de Albaniërs, niettegenstaande het feit dat Albanië sinds 1946 een republiek is.
Leka I Zog heeft niet alleen een zwaar maar ook een kleurrijk en avontuurlijk leven gekend. Amper twee dagen oud werd hij op 7 april 1939 door zijn ouders koning Zog en koningin Geraldine meegenomen op de vlucht voor het Italiaanse leger dat aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog het kleine buurland bezette. Het was voor Leka het begin van een zwerftocht over de wereld die in totaal 63 jaar duurde. Hij woonde onder meer in Eypte, Engeland, Frankrijk, Spanje, Rhodesië (nu: Zimbabwe) en Zuid-Afrika.
Hij volgde verschillende studies, doorliep de opleiding van de Britse koninklijke militaire academie Sandhurst en werd in 1961 in Parijs na het overlijden van zijn vader door Albaniërs in de diaspora erkend als de nieuwe koning. Maar wel een zonder land of troon, want Albanië was in de vaste grip van een streng communistisch bewind. Spanje verzocht Leka in 1977 om zijn heil ergens anders te zoeken omdat zijn activiteiten tot herstel van de monarchie ook effect zouden kunnen hebben op de Albaniërs in het bevriende Joegoslavië, dat in Kosovo en Macedonië heel veel etnische Albaniërs had wonen.
Na de val van het communisme probeerde Leka evenals zijn eveneens verdreven collega's Simeon van Bulgarije, Mihai van Roemenië en Alexander II van Joegoslavië zijn geboorteland weer binnen te komen. In 1993 lukte dat één etmaal, vier jaar later kwam er een referendum over herstel van de monarchie, maar dat is volgens premier Berisha niet eerlijk verlopen. Leka zou 54 procent van de stemmen hebben behaald, maar toen de uitslag bekend werd, was het slechts 34 procent. De toenmalige regering was hem ook liever kwijt dan rijk en begon strafvervolging omdat Leka bij zijn eerdere verblijf wapens bij zich had gehad, en omdat hij zou oproepen tot een coup. Pas in 2002 keerde in Albanië de rust weer en kon ook Leka zich, voor het eerst na zijn vlucht in 1939, in Tirana vestigen. Hij kreeg een aantal privileges terug, maar droeg de resterende 'koninklijke' taken over aan zijn in 1982 in Johannesburg geboren zoon Leka II.
Leka rookte twee pakjes sigaretten per dag en ook op de intensive care afdeling van het Moeder Teresa ziekenhuis waar hij twee weken geleden na een hartaanval werd opgenomen, merkte hij op dat stoppen met roken eigenlijk niet mogelijk was. Een tweede hartaanval en longproblemen zorgden uiteindelijk voor zijn dood. Premier Berisha beloofde een uitvaart met 'alle eer die een koning toekomt'. © GPD
Geplaatst op 03 december 2011 om 08:15 | Permanente link | Reacties (1) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
De uitvaartdienst voor de woensdag op 72-jarige leeftijd overleden 'koning' Leka I van de Albaniërs is zaterdag tussen 10 en 12 uur in het Albanese parlement in Tirana. Dat is donderdag bekendgemaakt op de website van de koninklijke familie.
Een vertegenwoordiger van prins Leka II en zijn familie heeft donderdag gesprekken gevoerd met de interministeriële commissie die de plechtigheid voorbereidt. Tientallen vooraanstaande Albaniërs hebben donderdag persoonlijk hun deelneming betuigd met het overlijden van de markante 'koning'.
Niet iedereen is het overigens eens met het regeringsbesluit om zaterdag te bestempelen tot een dag van de nationale rouw, met om 12 uur in het hele land een minuut van stilte. 'Rouw om een troonpretendent in een parlementaire republiek', vroeg het socialistische parlementslid Erion Brace zich verontwaardigd af op zijn Facebook-pagina. Andere leden van de SP zijn het er wel mee eens. 'Leka was een bijzonder mens en een patriot', aldus parlementslid Pandeli Majko, zo meldt Balkanweb.
Leka is op 5 april 1939 geboren, vlak voor de Italiaanse inval in en bezetting van Albanië aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Koning Zog en zijn vrouw Geraldine namen de wijk naar Egypte, waar Leka zijn jeugdjaren doorbracht. Na het einde van de oorlog schaften de communisten die in Tirana de macht hadden veroverd, in 1946 de monarchie af. Leka volgde daarop vooraanstaande opleidingen in verschillende landen en bezocht de Britse koninklijke militaire academie Sandhurst. Toen zijn vader koning Zog overleed, werd prins Leka door Albanese ballingen in hotel Bristol in Parijs uitgeroepen tot 'koning' Leka.
De troon heeft de boomlange prins, die zich uiteindelijk in Zuid-Afrika vestigde, nooit bezet. De val van het communisme betekende niet dat hij welkom was in Albanië. Een bezoek in 1993 duurde slechts een dag: Leka werd meteen weer op het vliegtuig gezet. Een referendum over herinvoering van de monarchie verliep in 1997 chaotisch en frauduleus, aldus premier Berisha woensdag in zijn herdenking van Leka.
Albanië wilde Leka destijds zelfs oppakken en een rechtbank veroordeelde hem in abstentia voor verboden wapenbezit en het beramen van een coup. Eerherstel kwam pas in 2002, toen Leka met zijn vrouw Susan en zoon Leka (II) eindelijk mocht terugkeren naar het land waarin hij slechts twee dagen had gewoond. Van herstel van de monarchie is het in het poolitiek onrustige en onstuimige land ook daarna nooit meer gekomen. Albanië wil de 'koning' echter wel alle koninklijke eer bewijzen. De rol van de koninklijke familie in het verzet tegen de fascistische bezetting door Italië speelt daarbij een rol. Details van de uitvaart zijn nog niet bekend. © RB
Geplaatst op 01 december 2011 om 22:21 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
De persdienst van de koninklijke familie van Albanië heeft woensdagmorgen het overlijden bekend gemaakt van koning Leka I. Hij was de enige zoon van koning Zog I, die door de bezetting van zijn land door Italië in ballingschap werd gedreven.
Leka woonde sinds 2002 na een ballingschap van 63 jaar weer in zijn vaderland waar hij eerder ijverde voor een herstel van de monarchie, maar in een referendum daarover was er nauwelijks steun voor Leka. Albanië heeft voor zaterdag, de dag van de uitvaart, een dag van nationale rouw afgekondigd.
Leka werd 72 jaar. Hij werd 15 november in het ziekenhuis opgenomen en had ondermeer hart-en longproblemen. Afgelopen vrijdag was er sprake van hartstilstand; de longen waren niet in staat om zijn vitale functies aan het werk te houden, aldus de mededeling. Leka's zoon Leka II had al enige tijd de koninklijke taken van zijn vader overgenomen.
Premier Sali Berisha sprak lovende woorden over de koningszoon, die bij het mislukte referendum in 1997 volgens hem geen eerlijke kans had gekregen. 'De Albaniërs verliezen met Leka een van de grootste persoonlijkheden uit de politieke geschiedenis', aldus de premier, die ook de beslissing van het communistische regime hekelde om de koninklijke familie na de Tweede Wereldoorlog niet te laten terugkeren naar Tirana.
De mededeling van het paleis, in het Albanees:
Ndahet nga jeta N.M.T Leka I Zogu, Mbret i shqiptareve.
DEKLARATË PËR MEDIA
Sot, më datë 30 nëntor 2011 në ora 8.45 të mëngjesit, në repartin e terapisë intensive të klinikës së neurokirurgjisë, ka pushuar zemra e Nalt Madhërisë Tij Mbretit Leka I.
Mbreti Leka I u shtrua në QSUT Nënë Tereza në Tiranë më dt. 15 nëntor 2011 për t’u mjekuar për vuajtje multisistemike ku mbizotëron vuajtja e zemrës dhe e mushkërive.
Pas një përmirësimi disaditorë, gjendja shëndetësore e Mbretit Leka I u përkeqësua ditët e fundit. Të premten më 25 nëntor, Mbreti Leka I pësoi një arrest kardiak dhe për pasojë u intubua deri në rikthimin e punës së zemres mirëpo funksioni i mushkërive ishte i pamjaftueshëm për të mbajtur funksionet jetësore.
Familja Mbretërore Shqiptare falenderon drejtorin e spitalit, Z. Saimir Ivziku, gjithë ekipin mjekësor nën drejtimin e Prof. Mentor Petrela dhe Dr. Kliti Pilika, Ministrin e shëndetësisë dhe qeverinë shqiptare për kujdesin dhe angazhimin e plotë që kanë treguar.
Familja Mbretërore Shqiptare ngushëllon popullin dhe kombin shqiptar për humbjen e Sovranit tonë legjitim.
Zyra e shtypit e Oborrit Mbreteror Shqiptar
Albanian Prime Minister Berisha on Wednesday praised ‘King’ Leka I Zogu, who passed away earlier that day. The son of Albania’s last King Zog I was 72 years old. According to the Prime Minister ‘the Albanians lost one of the greatest personalities of their political history’.
Leka I will be buried with honours ‘belonging to a King’, Berisha said. Leka has devoted all his life in exile to the struggle for freedom for Albanians worldwide, the Prime Minister noted in his eulogy, in which he critised the former communist regime from barring the royal family from returning to the country after the Second World War.
"King Zog fled Albania in 1939 – when Italy invaded its neighbour - as other kings fled from realms occupied by Axis forces, but he remained at all times in the antifascist coalition. And his forces fought bravely at the port of Durres. They continued the fight for the liberation of the country till the end", Berisha added. The Prime Minister also touched on the 1997 referendum on the restoration of the monarchy. "The referendum took place in the flames of communist insurgency and can not be considered a closed issue’’, Berisha said. © RB; Source: 24 ore
Geplaatst op 30 november 2011 om 10:26 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
Op 16 juli in Wenen was hij er niet bij, te oud en broos om de uitvaart van zijn oudste broer aartshertog Otto von Habsburg bij te wonen. Nu, amper twee maanden na het overlijden van Otto is op 6 september ook het laatste overlevende kind van Oostenrijks laatste keizer Karl en keizerin Zita overleden: aartshertog Felix.
Felix heeft anders dan Otto nooit afstand gedaan van zijn rechten op de sinds 1918 aan de kant gezette troon en kroon van Oostenrijk. Hij was daarom ook lang niet welkom in Wenen. Dat verlangde dat de familieleden van de keizer afstand deden van hun lidmaatschap van het vorstelijk geslacht Habsburg, en van hun aanspraken op de troon.
Felix, voluit Felix Friedrich August Maria vom Siege Franz Joseph Peter Karl Anton Robert Otto Pius Michael Benedikt Sebastian Ignatius Marcus d'Aviano, overleed in Mexico. Hij is 95 jaar oud geworden. Bij zijn geboorte op 31 mei 1916 in slot Schönbrunn in Wenen was de Eerste Wereldoorlog in volle gang. Zes maanden later overleed keizer Franz Joseph en werd Felixs vader Karl keizer.
Lang heeft Felix niet in Oostenrijk gewoond. Aan het einde van de oorlog werd de monarchie afgeschaft en kort daarna moest de keizerlijke familie uitwijken naar Zwitserland en later naar het Portugese eiland Madeira. Daar stierf Karl, waarna keizerin Zita haar gezin eerst naar Spanje en toen naar België bracht.
Felix profiteerde kort van dooi in de betrekkingen tussen de Eerste Republiek en het oude heersersgeslacht. In 1937 mocht hij in Wenen een militaire opleiding volgen, maar toen Adolf Hitler aanstalte maakte om het buurland in te lijven bij Duitsland, moest Felix snel weer vertrekken. Felix en zijn broers Otto, Rudolf en Karl-Ludwig brachten de tijd van de Tweede Wereldoorlog deels door in de Verenigde Staten.
Na de bevrijding van Oostenrijk verbleven ze korte tijd in de Franse bezettingszone, maar ook de regering van de Tweede Republiek was de Habsburgers vijandig gezind en Felix en zijn broers moesten het land weer verlaten. Alleen in 1989, voor de uitvaart van zijn moeder Zita, kreeg Felix toestemming om drie dagen in Oostenrijk te verblijven. Net als zijn broer Otto eerder, had ook hij een Oostenrijks paspoort dat voor alle landen van de wereld geldig was, behalve voor Oostenrijk zelf.
Felix en Karl Ludwig erkenden uiteindelijk de republiek Oostenrijk, zonder hun rechten formeel op te geven. Oostenrijk had daarvoor al tandenknarsend moeten toezien hoe Felix het land was binnengekomen, gebruik makend van de open grenzen na de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Unie.
Felix woonde de laatste jaren in Mexico. In 1952 huwde hij met prinses en hertogin Anna-Eugenie van Arenberg, met wie hij zeven kinderen had, van wie er nog zes in leven zijn. De verwachting was – in juli, toen Felix dus ontbrak bij de uitvaart van zijn op 98-jarige leeftijd overleden broer – dat Felix zal worden bijgezet in Mexico en niet zoals Karl Ludwig en Otto in de Kapucinergruft in Wenen. © RB
Geplaatst op 07 september 2011 om 22:52 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
Twee volle dagen in de voormalige Dubbelmonarchie, een plechtige uitvaart in Wenen en een sober afscheid in Budapest. Voor de regionale dagbladen is daar uiteraard ook verslag van gedaan. Die bijdragen overlappen natuurlijk met hetgeen op Royalblog is verschenen, maar ze zijn ook een meer feitelijk verslag dan de sfeerimpressies die hier onder staan. Daarom ook hier de GPD-artikelen, voor de volledigheid en als aanvulling.
WENEN- ZATERDAG: Het einde van een tijdperk. Tienduizenden nieuwsgierigen komen om die reden zaterdagmiddag naar de binnenstad van Wenen om te kijken naar de rouwstoet voor Otto van Oostenrijk, telg uit het eeuwenoude geslacht Habsburg en laatste kroonprins van de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. ,,Dit zie je nooit meer", zegt een moeder tegen haar dochter wanneer de drieduizend leden van schuttersverenigingen, studentenweerbaarheden en eeuwenoude ridderorden voorbijtrekken. Ze komen uit alle hoeken van het voormalige keizerrijk, in uniformen uit lang vervlogen tijden.
Het is een uniek eerbetoon aan de op 4 juli op 98-jarige leeftijd gestorven 'Otto Habsburg', zoals hij door het republikeinse Oostenrijk het liefst wordt genoemd. Zonder titels en opsmuk: met het keizerlijk verleden heeft het Alpenland nog altijd een moeilijke verhouding. In de kilometerlange stoet die van de Stephansdom via het oude keizerlijke paleis de Hofburg via een omweg naar de grafkelder van de Habsburgers voert, stappen ook tientallen vorsten, prinsen, hertogen, graven en regeringsvertegenwoordigers mee.
Van het Zweedse koningspaar tot het Georgische presidentspaar, van de 'Nederlandse' Bourbon-Parma prinsen Carlos en Jaime tot de Tsjechische minister van buitenlandse zaken, Karl Schwarzenburg – zelf uit een oud adellijk geslacht, en op de gastenlijst als 'Fürst zu Schwarzenburg' vermeld. ,,Het is nog tien minuten", verzekert vorst Hans Adam II van Liechtenstein aan prinses Sarvath van Jordanië als de omgang al bijna een uur aan de gang is en de saluutschoten van het Oostenrijkse leger wegsterven. Prins Carlos gebruikt zijn misboekje als waaier. ,,Het is voor Annemarie", wijst hij naar zijn vrouw.
Het is ook een flinke wandeling en het is heet. 'Kaiserwetter' wordt het genoemd, passend voor een keizerszoon, een 'troonopvolger zonder troon' zoals Otto ook wel wordt aangeduid. Zijn vader Karl verloor in 1918 aan het einde van de Eerste Wereldoorlog zijn kroon, Otto moest daarna op zoek naar een nieuwe invulling van zijn leven. Volgens de Weense kardinaal Christoph Schönborn heeft Otto die gevonden in zijn streven naar vrede en gerechtigheid, naar eenheid van de Europese volken – vele waarvan vroeger onder de dubbele kroon van Oostenrijk en Hongarije vielen.
Misschien, aldus Schönborn in zijn preek tijdens de anderhalf uur durende uitvaartmis in de snikhete Stephansdom, wilde Otto – twintig jaar europarlementariër voor de Beierse CSU - met zijn inzet de verschrikkelijke gevolgen van de door zijn achteroom keizer Franz Joseph begonnen oorlog goedmaken. ,,Hij heeft niet in het verleden geleefd, maar vooruit gekeken, maar wel in het bewustzijn van zijn afkomst en erfelijke opdracht", zegt Schönborn, die de Oostenrijkers voorhoudt dat ze wat betreft het goed omgaan met de geschiedenis nog wel wat kunnen leren van Otto. ,,En leren is nog nooit een schande geweest."
Bondspresident Heinz Fischer, in het verleden een fel opponent van de toenadering met de verdreven Habsburgers, hoort het ombewogen aan op zijn ereplaats in de kathedraal. Een grote krans met rode en witte bloemen geldt als gebaar van verzoening tussen staat en gestorvene, die weliswaar als 'gewoon burger' toch een quasi staatsbegrafenis krijgt. Fischer houdt echter de kaken stevig op elkaar wanneer aan het einde van de mis het volkslied uit de keizertijd weerklinkt: God bescherme onze Keizer.
Het lichaam van Otto rust nu in de keizerlijke crypte, tussen twaalf keizers en negentien keizerinnen en koninginnen, samen met dat van Regina, zijn vorig jaar overleden echtgenote die zaterdag ook in 'Kaisergruft' is bijgezet. Zondag kreeg ook Otto's hart een laatste rustplaats, in het Benedictijnerklooster van Pannonhalma in Hongarije, om ook de band met de andere helft van de monarchie te benadrukken.
BUDAPEST - ZONDAG: Hongarije heeft zondagmiddag plechtig afscheid genomen van zijn laatste koninklijke prins, 'Ottó föherceg' – aartshertog Otto von Habsburg. In een overvolle Szent István Bazilika in Budapest waren president Pál Schmitt en plaatsvervangend premier Zsolt Semjen aanwezig bij een laatste requiem voor de op 4 juli overleden zoon van Hongarijes laatste koningspaar.
Een schilderij van een ongeveer zes of zeven jaar oude Otto in Hongaars uniform voorin de kathedraal herinnerde daaraan. Eerder had het Hongaarse parlement al een minuut stilte in acht genomen vanwege het overlijden van Otto. Otto was als vierjarige kroonprins in december 1916 aanwezig bij de kroning van zijn ouders Karl en Zita als Apostolisch koning en koningin van Hongarije.
De mis kwam daags na de uitvaart van Otto van Oostenrijk in Wenen, waar tienduizenden op de been waren om de zoon van de laatste keizer-koning uitgeleide te doen. Aansluitend op de mis werd een urn met het hart van Otto overgebracht naar Pallonhalma in het westen van Hongarije, waar het is bijgezet in het Benedictijnerklooster.
,,Omdat zijn hart ook klopte voor Hongarije, de andere helft van de Donau-dubbelmonarchie met Oostenrijk", aldus een woordvoerder van de familie Habsburg. De Habsburgers hebben door de eeuwen heen vaak gekozen voor het apart bewaren van lichaam, hart en ingewanden. Zo bevat de Augustijnerkerk in Wenen 54 harten van overleden Habsburgers. © GPD HJ
Geplaatst op 18 juli 2011 om 06:47 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
Eilika, echtgenote van aartshertog George, tweede zoon van Otto von Habsburg, is ceremoniemeester bij het Requiem Gregorianum voor haar schoonvader in de Szent István Bazilika in Budapest, zondag. Met ijzeren hand dirigeert ze al enkele uren voor de mis alles en iedereen naar de juiste plaatsen voor ontvangst van familie en vrienden, en niet te vergeten de Hongaarse adel en hoogwaardigheidsbekleders voor dit vierde requiem ter nagedachtenis van ‘Ottó föherceg’ – aartshertog Otto. Ze schudt de Nederlandse pers beleefd de hand, en gaat snel weer verder. ,,U kunt straks uw badges ophalen.”
De ‘Gyászmise’ (begrafenismis) is het voorlaatste station van de ‘Otto von Habsburg roadshow’, zoals Oostenrijkse media de lange afscheidstoernee al met enig vilein hebben beschreven. Van woonplaats Pöcking via München en Mariazell naar Wenen (het lichaam) en Budapest en uiteindelijk Pallonhalma (het hart). ,,Ja, de twee weken hebben lang geduurd”, zegt één van de kleinkinderen na afloop in een koffiebar naast de St Stephanskerk van de Hongaarse hoofdstad.
Maar Hongarije mag niet worden vergeten, of beter gezegd, kán niet worden vergeten. Otto heeft immers zelf bepaald dat zijn hart in dit land moet worden bijgezet. Hongarije is hem altijd dierbaar geweest en Hongarije heeft hem – anders dan Oostenrijk – altijd met respect en waardering behandeld en bejegend. ,,Een groot Europeaan”, aldus kardinaal László Paskai in zijn overweging. Maar ook een vriend van de Hongaren, die hem eren in aanwezigheid van onder andere president Pál Schmitt.
In de kerkbanken van de werkelijk schitterend gerestaureerde kathedraal verrassend - althans voor buitenstaanders – Marie Christine von Reibnitz, tegenwoordig beter bekend als prinses Michael van Kent. De in de Britse pers vaak beschimpte prinses – niet in de laatste plaats vanwege haar Duitse ‘roots’ – heeft een Hongaarse moeder en heeft Sudentenland (voormalig onderdeel van de Donaumonarchie) als geboorteplek. Ze zit naast prinses Marie Astrid van Luxemburg en haar man aartshertog Carl Christian von Habsburg. ,,So uplifting”, zegt ze tegen de verslaggever wanneer die vraagt naar haar indrukken van de requiemmis. ,,Both services, so uplifting for the soul”, voegt ze eraan toe, verwijzend naar de uitvaart van Otto een dag eerder in Wenen.
De dienst is ingetogen, en heeft kenmerkende Hongaarse ingrediënten zoals twee vioolsolo’s van de in Hongarije zeer befaamde György Lakatos – zijn Ave Maria, voor de leek in het persvak naast het altaar niet geheel loepzuiver – zorgt voor ontroering bij de Habsburg-familie. De jongste generatie overigens is moe, niet onbegrijpelijk met al dat gesjouw van kerk naar kathderaal naar kerk en ontvangst en het constant staan, knielen, zitten, staan, knielen tijdens de missen. En daarbij zijn de meeste Habsburgers nog wat strenger in de leer dan de meeste andere hedendaagse katholieken en wordt er nog wat vaker geknield. De kinderen van Karl von Habsburg leggen bij toerbeurt hun hoofd op de schouder van vader en moeder te rusten. Maar ze blijven wel opletten.
Voor in de kerk, voor het altaar staat een schilderij van Otto als piepjonge koninklijke prins van Hongarije. Er liggen bloemen voor van de ambassade van Spanje, en er staan twee militairen naast – en hoewel het zweet over hun voorhoofden gutst, verroeren die twee de hele mis geen spier (nou ja, ze knipperen wel met hun ogen) en bewegen ze hun voeten nog geen millimeter. Vooraan mogen staan heeft voor een verslaggever ook onvermoede voordelen: zo kan overal op worden gelet, zelfs op de voeten van de militair die net naast een streepje in het marmer staan. Gaat hij erover heen of niet? Nee, dus. Vakman.
Emotie is er ook, al een beetje bij dat Ave Maria van Schubert, al iets meer bij het door Gräfin Ludmila Spiegelfeld ten gehore gebrachte Panis Angelicus, en in overvloed bij de slotacte. Kijk, kathedralen als de Stephandom in Wenen en het ‘broertje’ in Budapest, zijn gemaakt voor dit soort spektakelstukken: barstenvol, alle lichten aan, een royaal dozijn voorgangers, een groot koor, muziek, en een betrokken – en in deze voorbeelden conservatief katholieke ‘gemeente’. Om die reden alleen al is ook dit Requiem een bijzondere belevenis, los nog van de historische context.
De apotheose is het gezamenlijk en écht uit volle borst zingen van het Hongaarse volkslied, de Himnusz: Isten, áldd meg a magyart’ – Gibt dem Volk der Ungarn, Gott’. Bij Karls vrouw biggelen de tranen over de wangen, de hele familie kent de Hongaarse tekst van dit oude volkslied. En dan komt óók nog ‘Boldogasszony Anyánk – onvertaalbaar, maar een Marialied zoals dat alleen in deze landen kan worden gezongen. Over de Hongaren die Maria, de moeder van God niet moeten vergeten, en een gebed om hulp voor de hongerende Hongaren. Indrukwekkend (zoek het op onder de titel op YouTube).
Dan beieren de klokken van de Dom al, en begeeft de familie zich naar buiten. Op de trappen van de kerk worden gesprekjes aangeknoopt – ook met prinses Michael dus, en met prinses Marie Astrid en aartshertog Carl Christian, die in het Vlaams antwoordt -, de laatste nieuwtjes uitgewisseld en worden door pers en publiek foto’s gemaakt. Een deel van de familie verdwijnt meteen naar Pallonhalma voor de bijzetting van de urn met het hart – wéér een dienst -, anderen zoeken verkoeling en verfrissing in de cafés rond het kerkplein. ,,Bijzonder hè”, zoekt aartshertog Carl Christian bevestiging. Ja, heel bijzonder.
Geplaatst op 17 juli 2011 om 21:04 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
* Buda, gezien vanaf de Stefankathedraal in Pest - met het koninklijk paleis
Eeuwenlang is het al gebruik bij de Habsburgers om lichaam, hart en ingewanden na overlijden op verschillende plaatsen bij te zetten. De zogenoemde ‘Kaisergruft’ in de Kapucijnerkerk in Wenen herbergt na de bijzetting van Otto van Oostenrijk en zijn vrouw Regina zaterdag, nu 148 leden van het oude vorstengeslacht. In de Augustijnerkerk elders in de Oostenrijkse hoofdstad worden 54 zilveren urnen bewaard, met harten van keizers en aartshertogen.
Ook elders in Europa zijn Habsburgse harten onder gebracht, zoals in het klooster van Muri in het Zwitserse kanton Aargau, waar de harten van het laatste keizerspaar Karl en Zita rusten. Het lichaam van Karl is in zijn ballingsoord Madeira, dat er maar moeilijk afscheid van kan nemen, dat van Zita is in 1989 bijgezet in Wenen – Otto’s en Regina’s sarcofagen staan nu vlak bij die van haar.
Otto volgt dus familietraditie door zijn hart zondag te laten plaatsen in een altaar in het Benedictijnerklooster in Pannonhalma, in het westen van Hongarije. Hij heeft een bijzondere band met deze plek, waar hij een aantal jaren in het internaat verbleef. Maar meer dan dat, wil hij zijn verbondenheid met de andere helft van de dubbelmonarchie benadrukken.
Het lot van Hongarije houdt Otto zijn lange leven lang bezig; hij heeft zeer specifieke herinneringen aan de kroning van zijn ouders in december 1916 in Boedapest. Hongarije kroont zijn koningen, Oostenrijk huldigt zijn keizers ‘slechts’ in.
Otto probeert tijdens de Tweede Wereldoorlog om Hongarije, dat tot 1944 in naam een monarchie blijft, uit de klauwen van de communisten te houden – bij de Britse premier Winston Churchill vindt hij een willig oor voor een geallieerde landing bij Triëst (vroeger ook tot het rijk behorend, tegenwoordig in Italië), en een snelle doorstoot naar Oostenrijk en Hongarije, op tijd om het oprukkende Rode leger voor te blijven. Maar Otto’s vriendschap met de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt ten spijt, wil die daarvan niet weten. Het ontbreekt, mede met het oog op de geallieerde landing in Normandië, ook aan manschappen en materiaal.
Hongarije verdwijnt achter het IJzeren Gordijn, Oostenrijk blijft ternauwernood zo’n lot bespaard. Otto is er mede verantwoordelijk voor dat Churchill, Sovjet-leider Stalin en Roosevelt het door Adolf Hitler in maart 1938 bij zijn ‘Derde rijk’ gevoegde restland van de dubbelmonarchie weer als zelfstandig land erkennen, én bovendien beschouwen als slachtoffer van de nazi’s en niet als medeplichtige. Niettegenstaande het feit dat Oostenrijk nauwelijks verzet biedt tegen de inlijving (‘Anschluss’) en dat Oostenrijkers wel erg graag meehelpen in de nazimachinerie.
Otto helpt ook mee om Roosevelt ervan te overtuigen dat de Amerikanen ook mee moeten doen met de naoorlogse ‘bezetting’ van Oostenrijk. Het oorspronkelijke plan is om slechts twee bezettingszones in te richten, een Russische en een Britse. ‘Rampzalig en gevaarlijk’ weet Otto met vooruitziende blik, het zou de in Wenen zetelende Sovjets de vrije hand geven. Uiteindelijk komen er vier zones (de Fransen doen ook mee, dankzij hen kunnen Otto en zijn broers na de oorlog enkele maanden in Tirol verblijven) en in 1955 herkrijgt Oostenrijk met een zogenoemd Staatsverdrag zijn volledige onafhankelijkheid. Pijnpunt in dat verdrag: de uit 1919 stammende anti-Habsburg wetten worden er onverkort in opgenomen.
* St Stephanskathedraal, St István
Hongarije komt in 1956 vergeefs in opstand tegen de Russische overheersing (een ander voormalig onderdeel van de Donaumonarchie, Tsjecho-Slowakije probeert het in 1968 ook); Otto bekommert zich om de duizenden vluchtelingen. En wanneer in 1989 het IJzeren Gordijn eindelijk scheuren vertoont, staat Otto met zijn familie vooraan om een handje te helpen met het opruimen daarvan. Hij organiseert een zogenoemde Paneuropese picknick, op de grens van Oostenrijk en Hongarije.
Dochter Walburga knipt persoonlijk het prikkeldraad door, ruim 600 uit de toenmalige DDR gevluchte Duitsers kunnen zo het Westen bereiken. Kort daarna komt er een einde aan de DDR en verdwijnt de Berlijnse Muur. Een van de eerste daden van het nieuwe Hongaarse regime is om Otto een Hongaars paspoort te geven, zoals het in 1991 onafhankelijk geworden Kroatië hem ook meteen een paspoort geeft. ,,Je kunt niet genoeg paspoorten hebben”, zei Otto eens, in de wetenschap dat hij er aan het einde van de Tweede Wereldoorlog geen heeft. Monaco brengt in die tijd na Franse bemiddeling uitkomst, alsmede de Soevereine Orde van Malta – een als ‘staat’ erkende eeuwenoude Ridderorde.
Otto, sinds 1979 voor de Beierse CSU in het Europese parlement, richt zich na de val van het communisme op de integratie van ‘Oost-Europa’ in wat nu de Europese Unie wordt genoemd – Hongarije en Kroatië voorop. Bij de voorbeden in de uitvaartmis zaterdag in Wenen wordt dat niet vergeten, want er wordt gebeden voor spoedige opname van de nog resterende Europese landen in die grote Europese familie – van Albanië tot Georgië. Sandra Roelofs, de in Zeeland geboren Georgische presidentsvrouw en haar eveneens in de Stephansdom aanwezige echtgenoot Michael Saakashvili – moet het als muziek in de horen hebben geklonken. Niet gek dus dat ‘officieel’ Hongarije zich zondag in de St Istvánbasiliek in het snikhete Budapest verzamelt voor een requiem ter ere van de laatste koningszoon, Otto, koninklijke prins van Hongarije. © HJ; Foto's: © RB HJ
Geplaatst op 17 juli 2011 om 12:06 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
Uitzonderlijk. Historisch. Opmerkelijk. Zo maar wat kwalificaties die opkomen wanneer de indrukken van de uitvaartplechtigheden snel moeten worden samengevat. En ook kort samengevat – het is een lange dag, met aanmelding in het perscentrum, verkenning van de route, foto’s maken van ‘keizerlijk’ Wenen, een bezoek aan de Schatzkammer van de Hofburg, een laatste eerbetoon aan aartshertogin Regina in de Kaisergruft, en dan de begrafenis zelf.
Vroeg in de kerk, lang wachten in de hitte – Kaiserwetter noemen ze het hier, een te uitbundig Oranjezonnetje zeggen we in Nederland – maar daardoor een unieke kans om tal van ‘hoogheden’ van zeer dichtbij in de gaten te houden of te benaderen. Nooit zo’n goed geplaatst persvak gehad – de beveiligers van de Zweedse koning krijgen spontaan de hik wals ze zien hoe dichtbij de fotografen op de voorste rij genodigden staan. Vorst Hans Adam en zijn vrouw Marie schuifelen dan al ruim een half uur ongemakkelijk in hun kerkbank, ze zijn de eersten en worden onbarmhartig in de gaten gehouden.
Prins Jaime heeft de hoofdprijs – op de tweede rij, meteen achter de regerende vorsten en de Oostenrijkse president en naast Infanta Cristina. En: ver voor zijn broer, de hertog van Parma, met zijn vrouw Annemarie en tante Maria Teresa. Beide Bourbon-Parma prinsen groeten vriendelijk. Carlos zal later Annemarie liefdevol met zijn misboekje toewaaieren. Het is inderdaad heet – de Malteser hulpdienst moet water ronddelen, buiten vallen veel mensen flauw.
De vrijheid om rond te wandelen door de immense St Stephansdom – duizend genodigden, nog eens tweehonderd mensen die achterin kunnen staan – is ongehoord. Sorry: daar hebben we dan maar gebruik van gemaakt. Knikje van prinses Michael van Kent, een handgebaar van prins Vittorio Emanuele van Savoia – ongemakkelijk samengeperst in een bankje met de hertog van Braganca – en even spieken wie van de Ridders van het Gulden Vlies in de bank achter mij zitten. Ah, een prins Michael von und zu Liechtenstein, een handvol vorsten en een prins van Bulgarije.
Hoe anders is het hier geregeld dan bij de uitvaart van een Oranje, waar de pers angstvallig wordt weggehouden van de hoofdgasten, en waar zeker geen zicht is op de vorsten en prinsen uit staatjes die het al lang zonder vorsten en prinsen doen. Voor de kerk vertelt prins Georg Friedrich van Pruisen - die andere Prins van Oranje - dat de voorbereidingen voor zijn huwelijk in volle gang zijn; later op de middag toont prins Paul van Roemenië (zo noemt hij zichzelf) voor de Kaisergruft – de kist met het stoffelijk overschot van Otto is dan net naar binnen gedragen en de schutterijen hebben hun oorverdovende saluutschoten gelost – vol trots zijn fotootjes van het huwelijk in Monaco. ,,Ik was wel uitgenodigd, maar stond waarschijnlijk niet op de gastenlijst.” Ontroerend.
De Habsburgfamilie gedraagt zich waardig – de tientallen kinderen weten hoe ze stil moeten zitten. Ze zijn al twaalf dagen bezig om Otto naar zijn laatste rustplaats te brengen en nog is het niet voorbij. Zondag is er nog een requiem in Budapest, en daarna het bijzetten van de urn met Otto’s hart in Pannonhalma. Karl van Habsburg beantwoordt op de Oostenrijkse televisie in een eerder opgenomen vraaggesprek de vraag of het ook niet tijd wordt om zijn opa, de zalig verklaarde keizer Karl, in Wenen te begraven. De tijd zal het leren, daar komt het op neer.
De honderden leden van de schutterijen en de studentenweerbaarheid, afkomstig uit de voormalige onderdelen van de Donaudubbelmonarchie vormen een meer dan bont gezelschap – in de kerk, en daarna in de kilometer lange rouwstoet die zich van de Stephansdom door het centrum van Wenen en de Hofburg (daar volgen saluutschoten van het Oostenrijkse leger) via een omweg naar de keizerlijke grafkelder begeeft, met de meeste buitenlandse gasten gezellig meestappend.
,,Nog tien minuten” troost vorst Hans Adam de Jordaanse prinses Savath, echtgenote van prins Hassan en volgende week gastvrouw bij de bruiloft van haar zoon Rachid. Duizenden toeschouwers bekijken de ‘Trauerzug’ stilzwijgend, danwel fotograferend. Een teken van medeleven komt pas wanneer de kist naar binnen is gedragen en nadat het keizerlijke volkslied heeft geklonken op de Neuer Markt; de hymne is uit volle borst meegezongen, het eerst gespeelde huidige volkslied niet. Er klinkt een warm applaus, appreciatie voor dit luisterrijke en unieke spektakel – een anachronisme eigenlijk, keizerlijke pracht in een republiek. Maar wel heel meeslepend.
En om de hoek op de Neuer Markt staat nog iemand die net als Otto een voorbije tijd symboliseert, een monument van standvastigheid en strijder voor strijdvaardigheid: koning Mihai van Roemenië, in oktober negentig jaar. En mocht zijn einde een keer komen, dan zal ook in Roemenië een hoofdstuk definitief worden gesloten.
Het zou een kort stukje worden. Er is inderdaad ontzettend veel meer te vertellen en te tonen – maar de dag was al lang, de stad lonkt en zondagavond staat de trein naar Budapest al weer om zeven uur klaar. Meer later. Sorry. © HJ; Foto’s: © HJ RB
Geplaatst op 16 juli 2011 om 21:07 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
Surrealistisch, zo kan het wel worden genoemd. De klokken van de Stephansdom luiden vrijdagavond, kort voor middernacht. Vanaf de Neuer Markt spoeden twee in stemmig zwart geklede heren zich door de Kärnterstrasse naar de kathedraal. Ze kijken niet op of om en praten ook niet met elkaar, deze Karl en George Habsburg. Ze proberen de lijkwagen bij te houden die langs een iets andere route op hetzelfde moment naar de kerk rijdt. Overal om hen heen rumoerige jongeren, belust op een lollig avondje uit. Op het tweetal, een soort Jansen en Janssen, slaan ze geen acht.
Tot middernacht kan het publiek in de Kapucijnerkerk op de Neuer Markt afscheid nemen van Otto en de naast hem opgebaarde – in gesloten kisten, bedekt met de kleuren van Habsburg geel-zwart – Regina. Veel belangstelling schijnt er niet te zijn geweest, het zijn vooral nieuwsgierigen en toeristen die komen kijken, tussen ‘oude’ Oostenrijkers die tot verwondering van de eigentijdse pers nog terugverlangen naar de ‘goede oude keizertijd.’ De grote mediabelangstelling ten spijt is de aanstaande uitvaart van ‘Otto van Oostenrijk’ niet overal doorgedrongen – de taxichauffeur laat in elk geval weten dat hij café ‘Kaisergruft’ (de keizerlijke grafkelder) aan de ‘Market’ niet kent. ,,Ik kan niet alle cafés bij naam kennen.”
De taxi arriveert desondanks nog net op tijd op de voor het verkeer al afgesloten markt, waar een videoscherm staat om zaterdag beelden op te vertonen van de uitvaart. Ook de perstribune is al klaar. Een paar honderd (?) belangstellenden staan voor de deur van de Kaisergruft – zeg maar ‘het Delft’ van de Habsburgers, laatste rustplaats van twaalf keizers en negentien keizerinen en koninginnen. Gelegenheid tot afscheid nemen is er al niet meer, de eerder bekend gemaakte ‘bezoektijden’ ten spijt.
Het wachten is op de overbrenging van de kist met Otto naar de Stephansdom, voor de requiemmis zaterdagmiddag. Regina’s kist blijft achter en wordt zaterdag gelijk met Otto bijgezet in de crypte, niet ver van de sarcofaag met de resten van zijn moeder, Oostenrijks laatste keizerin, Zita. Het is doodstil (geen grapje) wanneer de deuren open gaan en de kist naar buiten wordt gedragen – diezelfde deur waarop voor toelating driemaal drie keer wordt geklopt, als onderdeel van het traditionele Habsburgse begrafenisritueel. ‘Wer begehrt einlass?” luidt dan de vraag, waarop drie verschillende antwoorden worden gegeven.
Karl en George, de zoons van Otto, kijken toe. Ze rijden niet mee in de lijkwagen, en ook het politie escorte heeft geen plek voor ze, dus moeten ze lopen, met flinke stappen want het is niet ver naar de Stephansdom. Zaterdag neemt de rouwstoet een andere, langere route, slingerend door de dan afgesloten binnenstad van Wenen, waar de dranghekken al klaar staan, maar waar nu door het uitgaanspubliek met verbaasde zo niet enigszins benevelde blik wordt gekeken naar de van binnen verlichte lijkwagen, met zijn opmerkelijke lading. En sinds wanneer luiden de klokken dan de Dom om kwart voor twaalf in de avond?
,,Wie is dat?” vraagt een jong stel. ,,Habsburg.” Er wordt geknikt. Hier en daar slaat iemand een kruis. De auto en de kerkklokken hebben aantrekkingskracht, er verzamelt zich snel ook hier een kleine groep mensen bij de achteringang van de Stephansdom, waar een priester in vol ornaat klaar staat om de Habsburg-aartshertogen te verwelkomen en de kist naar binnen te leiden. Dat gaat snel en efficiënt, zonder emoties. Otto von Habsburg-Lothringen is eindelijk, twaalf dagen na zijn overlijden op 4 juli en na een reis door Beieren en Oostenrijk, in de kathedraal waar zaterdagmensen duizend genodigden worden verwacht voor zijn uitvaart – familie uiteraard, de Oostenrijkse regering (al minder vanzelfsprekend gezien hun aanvankelijk moeilijke verhouding met Otto en zijn familie), vertegenwoordigers uit de voormalige Kroon-landen (van Tsjechië tot Kroatië) en heel veel adel, hoog en laag – koning Carl XVI Gustaf, koning Mihai, groothertog Henri, vorst Hans Adam II, prins Carlos Javier, hertog Duarte en tientallen minder bekende vorsten, prinsen, baronnen en ‘grote namen’ uit de oude Donau-monarchie. © HJ
Geplaatst op 16 juli 2011 om 09:08 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|
‘De grootste Oostenrijker van de twintigste eeuw’ - ‘Schandalig dat deze telg uit een geslacht van onderdrukkers en uitbuiters zoveel eer krijgt, laat hem branden in de hel’: de uitvaart zaterdag van de ‘troonopvolger zonder troon’ Otto von Habsburg-Lothringen roept veel sentimenten op. Nostalgie en afkeer, bewondering en verwondering wisselen elkaar af.
De begrafenis van Otto von Habsburg-Lothringen confronteert Oostenrijk met zijn verleden. De zoon van de laatste keizer, beschimpt en verketterd, vereerd en gerespecteerd, is lang buiten de deur gehouden. En ook nu, meer dan negentig jaar sinds hij met zijn familie in ballingschap werd gestuurd, zijn de meningen verdeeld. ,,Er is mij vaak gevraagd waarom Oostenrijk mij zo vijandig bejegende. Ik weet het niet, ik ben geen psychiater, maar als ik psychiater was, zou ik zeggen: het is een complex”, aldus Otto drie jaar geleden in een vraaggesprek met de krant Die Presse.
De republiek Oostenrijk is er nooit in geslaagd echt in het reine te komen met het keizerlijk verleden. In het huis van de geschiedenis wordt het liefst begonnen in 1918, alles voor die tijd, de bijna 650 jaar onder het bewind van de Habsburgers, wordt het liefst genegeerd. Vandaar ook de kritiek op de pronkvolle uitvaart van de vorige week op 98-jarige leeftijd in zijn huis ‘Villa Austria’ in Beieren overleden Otto – eigenlijk Otto van Oostenrijk, maar zo mocht hij zich wettelijk niet meer noemen.
De binnenstad van Wenen wordt deels afgesloten wanneer de meer dan een kilometer lange rouwstoet zich van de Stephansdom naar de keizerlijke grafkelder – de Kaisergruft - begeeft. Leden van de Tiroolse schutterij zullen de wagen met het stoffelijk overschot trekken. De lijkkoets van de Habsburgers, in 1989 nog uit het museum gehaald voor de uitvaart van Otto’s moeder keizerin Zita, wordt niet ingezet. ,,Te omslachtig, want dan moet er worden geoefend, aldus Karl von Habsburg, oudste zoon en ‘troonopvolger’ van Otto, die twaalf jaar geleden al is begonnen met de voorbereidingen op de uitvaart.
De Groenen klagen over de kosten en over de bijdrage die de staat levert aan wat in hun ogen niet meer is dan een privégebeurtenis. Het leger zorgt voor een erewacht, de politie en veiligheidsdienst regelen verkeer en de bescherming van de hoge buitenlandse gasten. ,,Ongelooflijk dat daar belastinggeld voor wordt gebruikt”, aldus parlementslid Ewald Stadler. Minister Johanna Mikl-Leitner van binnenlandse zaken vindt dat het allemaal wel meevalt en dat Dr. Otto Habsburg – in Oostenrijk mag het adellijke ‘von’ niet worden gebruikt – wel enige aandacht verdient. In een enquête van het blad Österreich vindt zestig procent van de ondervraagden dat een staatsbegrafenis gerechtvaardigd is.
De ‘Republikanische Club’ is echter ‘verwonderd’ dat bondspresident, bondskanselier en leden van de regering in functie en niet als privépersonen aanwezig zijn bij de uitvaart. ,,Daardoor kan de indruk ontstaan dat het om een staatsbegrafenis gaat.” En dat heeft Otto Habsburg niet verdiend, vindt de vereniging: ,Hij heeft in Oostenrijk geen openbare functies vervuld.” Andere steen des aanstoots: bij het requiem in de Stephansdom wordt de Kaiserhymne gespeeld, het volkslied van het keizerrijk. ‘Innig blijft met Habsburg troon, Oostenrijks geschiedenis vereend’ luidt de laatste strofe.
Wat doet president Heinz Fischer als die woorden klinken? In 1989 bleef toenmalig bondskanselier Bruno Kreisky weg bij de begrafenis keizerin Zita – hij wilde het volkslied niet horen en wist dat zitten blijven provocerend zou zijn. President Kurt Waldheim, zelf omstreden, was pragmatischer. ,,We staan toch al”, was zijn antwoord op de vraag wat hij zou doen.
Kritiek is er ook van historicus en Habsburg-kenner Karl Vocelka van de universiteit Wenen. ,,Zo’n begrafenis was in 1989 nog te verdedigen omdat het ging om de laatste keizerin, maar nu niet meer.” De Habsburgers zouden veel kritischer tegemoet getreden moeten worden, meent hij. ,,Ik merk een zekere nostalgie, maar alle ellende van de monarchie wordt onder het tapijt geveegd.” Volgens Gerhard Jagschitz, oud-professor in de hedendaagse geschiedenis, is de overleden keizerszoon vooral het ‘symbool van vergane glorie’.
Maar naast de kritiek is er ook waardering voor Otto, die in maart 1919 met zijn familie in ballingschap werd gestuurd. Drie jaar later overleed zijn vader keizer Karl op het eiland Madeira (de inmiddels door de paus zalig verklaarde Karl ligt daar nog steeds begraven, pas als ook hij in Wenen wordt bijgezet kan het Habsburg-hoofdstuk worden gesloten) en werd Otto ‘Zijne Majesteit’. ,,Ik moest de plichten van mijn vader vervullen. Plichten, niet rechten, in het bijzonder tegenover de volken waarvoor een keizer of monarch altijd meer verantwoordelijk is dan welke andere hoge functionaris dan ook”, aldus Otto.
De keizerszoon zette zich in voor het behoud van de zelfstandigheid van Oostenrijk toen Adolf Hitler, zelf Oostenrijker, zijn oude vaderland wilde annexeren bij Duitsland. ,,Hitler heeft twee keer geprobeerd mij te spreken. Ik ben nimmer een interessant gesprek uit de weg gegaan, maar toen wel. Hij wilde mij voor zijn karretje spannen. Dat heb ik doorzien”, aldus Otto, die kort voor de machtsovername van Hitler enkele maanden in Berlijn woonde en studeerde. ,,Hitler had ook angst voor Habsburg. De Habsburgers zouden zijn plannen tot annexatie van Oostenrijk kunnen doorkruisen.” Niet voor niets heetten de invasieplannen van Hitler ‘operatie Otto’. De ‘Anschluss’ kwam er overigens toch, in maart 1938.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette Otto vanuit de Verenigde Staten alles in het werk – in talrijke gesprekken met onder meer de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt en de Britse premier Winston Churchill - om Oostenrijk zijn zelfstandigheid terug te geven. Dat lukte uiteindelijk, al zeggen historici dat Otto’s rol niet moet worden overdreven. Oostenrijk echter was hem niet dankbaar. Integendeel. De anti-Habsburg wet uit 1919, die Otto onder meer het verblijf in Oostenrijk verbood en die alle goederen verbeurd verklaarde, werd onverminderd van kracht verklaard. ,,Het was niet uit angst voor een restauratie van de monarchie,” aldus de sociaalfilosoof Norbert Leser, ,,maar angst om overschaduwd en naar de achtergrond gedrukt te worden door de Habsburgers.”
Het kwam in Wenen binnen de regeringscoalitie van socialistische SPÖ en conservatieve volkspartij ÖVP tot een bittere stijd over de ‘Clausa Habsburg’ en de toelating van Otto tot Oostenrijk. Hij had weliswaar een Oostenrijks paspoort gekregen, maar daarin stond een even opmerkelijke als veelzeggende aantekening: ‘geldig voor alle landen van de wereld, maar niet voor Oostenrijk’. Hij moest eerst afstand doen van zijn troonsaanspraken én van zijn lidmaatschap van de Habsburg-familie.
,,Waanzin natuurlijk”, aldus Otto later, maar in 1961 tekende hij wel. Hij werkte toen al voor een ‘verenigd Europa’ (in 1979 kwam hij voor de Beierse CSU in het europarlement) en wilde ook in Oostenrijk kunnen werken. Vervolgens duurde het nog vijf jaar alvorens de regering hem toestemming gaf, daarbij een rechterlijke uitspraak dat Otto’s verklaring geldig was, negerend. Wenen verwachtte namelijk rampspoed en een eis tot schadeloosstelling en teruggave van het geconfisqueerde pribébezit. ‘De staat gaat failliet, werklozen en oorlogsslachtoffers krijgen geen geld meer’ werd geschreven.
Natuurlijk wilden de Habsburgers hun bezittingen terug, maar voor Otto was het schrappen van dat ene zinnetje in zijn paspoort belangrijker. Ook al bracht dat hem in conflict met zijn immer uitdijende familie, waarvan enkele leden wel rechtszaken begonnen tegen de staat. Zonder succes overigens, ook dat hoofdstuk is nog niet afgesloten. De verhoudingen met Oostenrijk normaliseerden langzaam. In 2007 werd Otto door president Fischer ontvangen in het oude keizerlijk paleis de Hofburg. Voor Fischer is zijn aanwezigheid bij de uitvaart ook ‘vanzelfsprekend’. ,,Hij was een groot Oostenrijker”, aldus het staatshoofd. © GPD HJ
Geplaatst op 16 juli 2011 om 07:08 | Permanente link | Reacties (0) | TrackBack (0)
Reblog
(0)
| |
|





Laatste reacties