Eilika, echtgenote van aartshertog George, tweede zoon van Otto von Habsburg, is ceremoniemeester bij het Requiem Gregorianum voor haar schoonvader in de Szent István Bazilika in Budapest, zondag. Met ijzeren hand dirigeert ze al enkele uren voor de mis alles en iedereen naar de juiste plaatsen voor ontvangst van familie en vrienden, en niet te vergeten de Hongaarse adel en hoogwaardigheidsbekleders voor dit vierde requiem ter nagedachtenis van ‘Ottó föherceg’ – aartshertog Otto. Ze schudt de Nederlandse pers beleefd de hand, en gaat snel weer verder. ,,U kunt straks uw badges ophalen.”
De ‘Gyászmise’ (begrafenismis) is het voorlaatste station van de ‘Otto von Habsburg roadshow’, zoals Oostenrijkse media de lange afscheidstoernee al met enig vilein hebben beschreven. Van woonplaats Pöcking via München en Mariazell naar Wenen (het lichaam) en Budapest en uiteindelijk Pallonhalma (het hart). ,,Ja, de twee weken hebben lang geduurd”, zegt één van de kleinkinderen na afloop in een koffiebar naast de St Stephanskerk van de Hongaarse hoofdstad.
Maar Hongarije mag niet worden vergeten, of beter gezegd, kán niet worden vergeten. Otto heeft immers zelf bepaald dat zijn hart in dit land moet worden bijgezet. Hongarije is hem altijd dierbaar geweest en Hongarije heeft hem – anders dan Oostenrijk – altijd met respect en waardering behandeld en bejegend. ,,Een groot Europeaan”, aldus kardinaal László Paskai in zijn overweging. Maar ook een vriend van de Hongaren, die hem eren in aanwezigheid van onder andere president Pál Schmitt.
In de kerkbanken van de werkelijk schitterend gerestaureerde kathedraal verrassend - althans voor buitenstaanders – Marie Christine von Reibnitz, tegenwoordig beter bekend als prinses Michael van Kent. De in de Britse pers vaak beschimpte prinses – niet in de laatste plaats vanwege haar Duitse ‘roots’ – heeft een Hongaarse moeder en heeft Sudentenland (voormalig onderdeel van de Donaumonarchie) als geboorteplek. Ze zit naast prinses Marie Astrid van Luxemburg en haar man aartshertog Carl Christian von Habsburg. ,,So uplifting”, zegt ze tegen de verslaggever wanneer die vraagt naar haar indrukken van de requiemmis. ,,Both services, so uplifting for the soul”, voegt ze eraan toe, verwijzend naar de uitvaart van Otto een dag eerder in Wenen.
De dienst is ingetogen, en heeft kenmerkende Hongaarse ingrediënten zoals twee vioolsolo’s van de in Hongarije zeer befaamde György Lakatos – zijn Ave Maria, voor de leek in het persvak naast het altaar niet geheel loepzuiver – zorgt voor ontroering bij de Habsburg-familie. De jongste generatie overigens is moe, niet onbegrijpelijk met al dat gesjouw van kerk naar kathderaal naar kerk en ontvangst en het constant staan, knielen, zitten, staan, knielen tijdens de missen. En daarbij zijn de meeste Habsburgers nog wat strenger in de leer dan de meeste andere hedendaagse katholieken en wordt er nog wat vaker geknield. De kinderen van Karl von Habsburg leggen bij toerbeurt hun hoofd op de schouder van vader en moeder te rusten. Maar ze blijven wel opletten.
Voor in de kerk, voor het altaar staat een schilderij van Otto als piepjonge koninklijke prins van Hongarije. Er liggen bloemen voor van de ambassade van Spanje, en er staan twee militairen naast – en hoewel het zweet over hun voorhoofden gutst, verroeren die twee de hele mis geen spier (nou ja, ze knipperen wel met hun ogen) en bewegen ze hun voeten nog geen millimeter. Vooraan mogen staan heeft voor een verslaggever ook onvermoede voordelen: zo kan overal op worden gelet, zelfs op de voeten van de militair die net naast een streepje in het marmer staan. Gaat hij erover heen of niet? Nee, dus. Vakman.
Emotie is er ook, al een beetje bij dat Ave Maria van Schubert, al iets meer bij het door Gräfin Ludmila Spiegelfeld ten gehore gebrachte Panis Angelicus, en in overvloed bij de slotacte. Kijk, kathedralen als de Stephandom in Wenen en het ‘broertje’ in Budapest, zijn gemaakt voor dit soort spektakelstukken: barstenvol, alle lichten aan, een royaal dozijn voorgangers, een groot koor, muziek, en een betrokken – en in deze voorbeelden conservatief katholieke ‘gemeente’. Om die reden alleen al is ook dit Requiem een bijzondere belevenis, los nog van de historische context.
De apotheose is het gezamenlijk en écht uit volle borst zingen van het Hongaarse volkslied, de Himnusz: Isten, áldd meg a magyart’ – Gibt dem Volk der Ungarn, Gott’. Bij Karls vrouw biggelen de tranen over de wangen, de hele familie kent de Hongaarse tekst van dit oude volkslied. En dan komt óók nog ‘Boldogasszony Anyánk – onvertaalbaar, maar een Marialied zoals dat alleen in deze landen kan worden gezongen. Over de Hongaren die Maria, de moeder van God niet moeten vergeten, en een gebed om hulp voor de hongerende Hongaren. Indrukwekkend (zoek het op onder de titel op YouTube).
Dan beieren de klokken van de Dom al, en begeeft de familie zich naar buiten. Op de trappen van de kerk worden gesprekjes aangeknoopt – ook met prinses Michael dus, en met prinses Marie Astrid en aartshertog Carl Christian, die in het Vlaams antwoordt -, de laatste nieuwtjes uitgewisseld en worden door pers en publiek foto’s gemaakt. Een deel van de familie verdwijnt meteen naar Pallonhalma voor de bijzetting van de urn met het hart – wéér een dienst -, anderen zoeken verkoeling en verfrissing in de cafés rond het kerkplein. ,,Bijzonder hè”, zoekt aartshertog Carl Christian bevestiging. Ja, heel bijzonder.





Reacties