Het openbaar vervoer is gratis op de nationale feestdag van Liechtenstein, 15 augustus. Ook de rit vanuit het naburige Feldkirch in Oostenrijk kost niets. De dienst wordt immers onderhouden door de Liechtensteinse busmaatschappij, die in het dorpje Schaan een verkeersknooppunt heeft. Daar kun je overstappen op de bus naar Buchs, aan de overkant van de Rijn in Zwitserland. De afstanden in Liechtenstein zijn niet groot. Je kunt ook gewoon wandelen over de brug over de Rijn, of de trein nemen, want Liechtenstein ligt aan de lijn van Zürich via Feldkirch naar Innsbruck. Wel goed opletten. De meeste treinen rijden door.
Liechtenstein telt zo’n 36.000 inwoners, een kleine vijfduizend meer dan Feldkirch. Dat is dan ook een goede uitvalsbasis voor een uitstapje naar het vorstendom, of anders is ook het verderop gelegen Bregenz geschikt. Liechtenstein was de laatste jaren voor deze reiziger een halteplaats op weg van of naar Lech, in het aangrenzende Vorarlberg.
Wie in Nederland in een willekeurig dorp wel eens een braderie heeft meegemaakt, weet meteen wat verwacht kan worden bij de festiviteiten in Vaduz: een braderie, maar dan verkleedt als nationaal feest. Activiteiten voor de kinderen, optredens van bandjes, eet- en drinkgelegenheden en tegen kwart over tien ’s avonds – dat heb je in Nederland weer niet – vreugdevuren op de berghelling en daarna vuurwerk.
Wat je in Nederland ook niet hebt: een uitnodiging van het staatshoofd (of zijn plaatsvervanger) aan de hele bevolking om een drankje te halen in de tuin van het Slot. Niet alle Liechtensteiners komen overigens, maar het is wel gezellig en vorst Hans Adam II, vorstin Marie, erfprins Alois en zijn gezin mengen zich zonder voorbehoud onder het gezelschap.
Vaduz is niet echt een reisbestemming om naar uit te zien. Een winkelstraat (Städle, op foto vanaf stadhuis, met bovenin het Slot) met minimaal aanbod – een paar souvenirwinkels, het postkantoor en als hoogtepunt het moderne en fraaie Kunstmuseum Liechtenstein afdeling Vaduz – is eigenlijk alles wat het stadje (5000+ inwoners) te bieden heeft.
En natuurlijk, het Schloss: voor wie de berg oploopt is het een stevige, maar interessante klim met mooi uitzicht over Vaduz en de Rijn. Maar het slot wordt gewoon gebruikt door erfprins Alois en zijn familie en is niet te bezichtigen – behalve dan die tuin op 15 augustus.
Naast het slot ligt een weide. Niks bijzonders, je kunt er zo koeien op laten grazen, maar op de nationale feestdag verandert het in de plek waar de Staatsfeiertag begint. In voorgaande jaren met een Feldmesse, een mis in de open lucht, gevolgd door toespraken van Alois en van de eerste minister (foto rechts, uit 2009)
Dit jaar (2011) is het eerste deel noodgedwongen overgeslagen. De aartsbisschop heeft afgezegd, uit protest tegen modernisering van het vorstendom. Geregistreerd partnerschap voor mensen van gelijk geslacht, scheiding van kerk en staat en regeling van zwangerschapsonderbreking zijn zaken die de kerk niet bevallen. ,,We leven niet meer in de negentiende eeuw toen veel van de wetten tot stand zijn gekomen”, zegt erfprins Alois, die op dezelfde weide in 2004 het dagelijks bestuur van zijn vader overnam. De familie luistert aandachtig en goedkeurend toe. De Liechtensteiners klappen beleefd.
Vaduz (op foto vanaf het Slot gezien, met de Zwitserse Alpen en het Rijndal) heeft niets van de glamour van Monaco, het pittoreske van de drie heuvels van San Marino, het heilige van het Vaticaan of het adembenemende van het ravijn in het midden van Luxemburg-stad. De souvenirs zijn ook niet bijzonder: t-shirts, koeiebellen, stickers, vlaggen en wijn van het landgoed van de Fürst von und zu Liechtenstein. En postzegels, lange tijd een welkome inkomstenbron van het Alpenland.
Het postkantoor met de welbekende afdeling filatelie ligt tussen de bankgebouwen - de minder opvallende gebouwen aan de hoofdstraat, met hun ‘brievenbussen’. Maar Liechtenstein heeft nog wel iets meer, voor wie doorrijdt naar Malbun, door de tunnel bij Triessenberg. Hier ben je meteen in de bergen, met toppen boven de 2000 meter. Dat hebben de andere dwergstaatjes (Andorra uitgezonderd) nu weer niet: een skigebied.
Liechtenstein is inmiddels zes keer bezocht, voor het eerst in 1992. Omdat het onafhankelijk is, en een ministaat, trekt het toeristen. Als curiositeit, en om het lijstje met bezochte landen aan te vullen. Want dat is natuurlijk meteen het aantrekkelijke én het schizofrene van Liechtenstein – genoemd naar de Weense vorstenfamilie die het ten geschenke kreeg en die er pas vanaf 1939 woont: het is een dorpsgemeenschap met de instrumenten van een staat. Een opengebroken straat in Triessenberg staat vermeld in de regeringsberichten, evenals een onderhoud van de erfprins met de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Dát is voor een plaats als Beverwijk (ook 36.000 inwoners) toch anders. © HJ
(Foto's van eerdere bezoeken in de periode 2006-2008; © RB Marius Cirtiu & Royal Press Europe)
PRAKTISCHE TIPS
Het mooiste bewijs van het bezoek aan Liechtenstein is een stempel in het paspoort. Het schijnt te mogen en voor een bescheiden bedrag (in Zwitserse frank of euro) kan een stempel worden gekregen in het splinternieuwe gebouw van de VVV, het Liechtenstein Center aan de Städle, de hoofdstraat van Vaduz.
Eigenlijk het beste en meest originele souvenir van het vorstendom. [Wat ik niet wist: San Marino stempelt ook, voor 5 euro]