De mogelijkheid om Wenen weer te bezoeken kwam onverwacht. De maand juli is niet ideaal voor steden in het midden van Europa. Het is er dan heet, terwijl rondstappen er juist tot de aanbevolen activiteiten behoort. Dat kan natuurlijk ook van terras naar terras, maar dan wordt de bankbalans wel snel ernstig belast. Maar met een keizerlijke uitvaart [zie daarover het verslag op Royalblog Funerals] op de agenda was het weer op 15-16 juli geen punt van overweging.
Wenen ligt aan de Donau, maar dat merk je eigenlijk niet. De stad ligt met zijn rug naar de rivier. Flaneren langs de rivier in het stadscentrum is er niet bij, zoals dat bijvoorbeeld heel gewoon is in Parijs, Boedapest of zelfs Londen. De Donau moet je opzoeken – op en rond het zogenoemde Donau Insel vinden de Weners op mooie dagen ontspanning én inspanning. Fietsen, zonnen, picknicken, wandelen, spelevaren. Niet het eerste waar je aan denkt bij een stadstrip naar de Oostenrijkse hoofdstad, maar wel een leuke ervaring. De heerlijke ‘steekmuggen’ (bij gebrek aan betere klassificering) zijn bovendien gratis. De bulten verdwijnen ook niet zo maar; extra vervelend voor degenen die ook op de naaktstrandjes de zon hebben aanbeden.
Het vorige bezoek was aan de vooravond van Kerstmis, met mooi versierde straten en temperaturen die die van dit bezoek spiegelden. De Donau kwam bij deze reis niet in beeld. De rondgang beperkte zich tot het historische centrum, op en rond de Stephansdom – plek van de uitvaartsmis – de drukke winkelstraat ervoor (richting Wiener Staatsoper en Ring) en de straten rond de Neuer Markt, waar zich in de kerk van de Kapucijnen de grafkelder van de Habsburgers te vinden is.
Een ‘must’ voor bezoekers die op zoek zijn naar de overblijfselen van de Dubbelmonarchie, maar ook zonder die ‘balast’ een visite meer dan waard. Enige voorkennis helpt wel. De eindeloze reeks graftombes komen pas tot leven – als je dat zo kunt zeggen – wanneer namen als Maximiliaan, Maria Theresa, Franz Josef, Sisi en Zita ook herkenning oproepen. Het is een wandeling door de geschiedenis, ook de historie van de Nederlanden. En het maakt extra nieuwsgierig naar de grafkelder van de Oranjes in de Nieuwe Kerk in Delft. Maar daar is vast veel minder te zien.
In dit deel van Wenen struikel je over de toeristen – liefst natuurlijk in groepjes, achter een heer of dame met paraplu aan marcherend – maar het is er desondanks goed toeven. Leuke antiekwinkeltjes, voor de gelegenheid met veel snuisterijen en souvenirs uit het keizerlijk-koninklijke verleden in de etalages. Niet goedkoop: de aanplakbiljetten van de keizers kosten al gauw een paar duizend euro. Een brief met handtekening van keizer Karl doet 500 euro. Op straat veel ‘proppers’, in al of niet authentieke kleding.
Studenten die bijverdienen door mensen naar concerten te lokken, met de walsen van Strauss en de deuntjes van Mozart. Moeilijk om hier het kaf van het koren te onderscheiden. Zo’n concert kan een pareltje zijn, maar veel zijn helemaal toegesneden op de doorsnee toeristische (wan)smaak. Buiten de zomer is het het aanbod van opera en Wiener Philharmoniker. Prijzig, maar de moeite waard voor wie er van houdt.
Om de hoek is de Hofburg, het pronkstuk van keizerlijk Wenen – te bereiken door straatjes met hier en daar nog wapenschilden die de betrokken winkel aanmerkt als hofleverancier, een trekpleister ondanks de anti-Habsburgse sentimenten in het republikeinse Oostenrijk.
Het is de magneet voor elke bezoeker - die zich al of niet laat rondrijden in een fiaker na het consumeren van een Sachertorte. De keizerlijke appartementen, de prachtige Schatzkammer (niet te verwarren met de Zilverkamer, zoals toeristen met een combikaart vaak doen - de schatkamer valt onder het Kunsthistorisch museum) met de kronen en andere bling bling, en de Spaanse rijschool, met de populaire Lippizaner paarden.
Toegangskaarten bestellen kan tegenwoordig via het internet. Voor wie weet wat hij wil, kan dat veel wachttijd besparen. De rijen voor de verschillende attracties in de Hofburg zijn vaak ontmoedigend lang. Het geeft een prettig gevoel om zo’n lange rij te kunnen negeren en direct naar binnen te kunnen.
Aan musea geen gebrek in Wenen. De keizers hielden er van hun rijkdom te etaleren. Tegenover de Hofburg, aan de overkant van de zogenoemde Ring (die de oude stad omringd, en die is volgebouwd met pronkgebouwen) is een heus museumkwartier – eerst het Kunsthistorisch museum en verderop een hele reeks musea (in het MuseumsQuartier) , ook ’s avonds een trekpleister vanwege tal van activiteiten buiten. Dan ben je meteen meer tussen de Oostenrijkers, want de toergroepen haken hier af.
Vanaf het museumkwartier is het dan een lange mars over de Maria Hilferstrasse – de vrolijke winkelstraat van Wenen; met voor elk wat wils en – prettig in de zomer – veel ijssalons. Aan het einde van de straat het station Wien Westbahnhof, op dit moment (Wenen bouwt aan een nieuw Hauptbahnhof) nog het vertrekpunt van de treinen naar onder meer Boedapest. En aankomst/vertrekpunt van de bus naar het vliegveld, al is er een snellere treindienst, die elders in de stad aankomt.
Dit bezoek aan Wenen beperkte zich tot de as station (de uitvaart kreeg immers een vervolg in Hongarije) – winkelstraat – museumkwartier – Hofburg – Stephansdom, en de straten daaromheen. Het Liechtenstein museum is ook de moeite waard, rond het Rathaus (stadhuis) is ook het een en ander te zien, en Belvédère (foto boven) en paleis Schönbrunn (met leuke dierentuin en prachtige tuinen - ook heel aantrekkelijk rond kerst door de kerstmarkt) horen ook op het lijstje te staan van iedere bezoeker. Maar daar was nu geen tijd voor. © HJ
(De foto's zijn, zoals duidelijk zal zijn, gemaakt bij verschillende bezoeken aan Wenen: mei 2007, december 2007 en 15-16-20 juli 2011; fotograaf HJ en © RB Marius Cirtiu)
- Keuze genoeg in Wenen. Prijs en ligging zijn bij deze reiziger de eerste criteria die in overweging worden genomen. Een hotel naast het station was het meest praktisch, met goede verbindingen met het stadscentrum (een paar haltes met de metro). Internet op de kamer is voor het werk een vereiste, ontbijt hoeft niet – dat is juist leuker om ergens in de stad te nuttigen (foto boven). Kwestie van persoonlijke voorkeur. De keuze viel op hotel Fleming. Bijzondere attractie: de douchecabine staat midden in de kamer. Open en bloot. Precies zoals hier omschreven!
- Only a 5-minute walk from the Westbahnhof train and metro station and Vienna's biggest shopping street Mariahilferstraße, the Fleming's stylish rooms feature an open-plan bathroom.




Reacties